Witte wereld

Het is 3 graden, we zien niks en als we uit de auto stappen staan we tot onze enkels in de sneeuw. ‘’Waar zijn we in hemelsnaam terechtgekomen? Geen idee, maar het moet hier zijn’’.

Die ochtend waren we met een zonnetje vertrokken vanuit Wadi Rum, maar zodra we 150 kilometer noordelijker de Desert Highway afdraaien zien we de eerste sneeuw al opdoemen. We zijn onderweg naar Dana Biosphere Reserve, het grootste en hoogstgelegen natuurreservaat van Jordanië. En er ligt een dik pak sneeuw! Het is winter in Jordanië.

Kamer 110 in Dana’s Guest House. Airco op 30 graden, nog een extra hete lucht kachel erbij. De kinderen voelen niets van de kou. Ed Sheeran staat aan op Spotify en zwetend dansen ze in hun onderbroek door de kamer. Keihard lachend om hun idiote pasjes. ‘’Hoe lang blijven we hier?’’. Een dagelijks terugkerende vraag. ‘’En wat gaan we hier allemaal doen?’’

Het guesthouse met 15 kamers balanceert op de rand van een rotswand hoog boven Wadi Dana, een scheur in de aarde die 50 km verderop uitmondt in de Dode Zee. Een adembenemend uitzicht vanuit de douche. Als je uitglijdt over je zeep kieper je zo de afgrond in. En we zijn de enige gasten.

We zijn nu drie weken onderweg. Marie-Laure is zo goed als hersteld van haar rugklachten. Een week geleden zijn we halsoverkop naar Aqaba gegaan om een dokter te raadplegen. Ze stond zo krom als een oud omaatje en de pijn werd ondraaglijk. Het hotel wat we hebben gereserveerd belt een plaatselijke dokter. Een man niet ver van zijn pensioen, nog uithijgend van de wandeling van de lift tot onze kamerdeur, komt binnen, vraagt Marie-Laure om op haar buik te gaan liggen, voelt aan haar wervel en duwt dan twee keer hard op haar onderrug (‘’Auw, auw!’’). Meteen trekt hij een ampul en een grote spuit uit zijn tas. Wij kijken elkaar even snel aan en denken allebei hetzelfde. Alsof hij onze gedachten kan raden, zegt hij snel: ‘’Not to worry, just for relaxing. It is OK.’’ En vervolgens: “I go to the mosque now and will be back in 1,5 hours with medication’’. We hadden al zo’n vermoeden, het is vrijdag vandaag. Snel zet hij de spuit en nog geen 5 minuten nadat hij is binnengekomen is hij weer weg.

De medicijnen doen hun werk en Marie-Laure kan de volgende dag alweer uit bed. Gelukkig hielden we in ons reisplan al rekening met een langer verblijf in Aqaba. Even bijkomen van de eerste weken en lekker niks doen. De kinderen vinden het helemaal prima. Een beetje luieren, anderhalf uur doen over je ontbijt, in alle mogelijke posities de hele serie van Floor op je E-reader lezen (of de luisterboeken van Geronimo Stilton), honderd koprollen in het rek van de speeltuin naast het hotel, met de gastheer van het visrestaurant om de hoek tussen het serveren door potjes Uno spelen, heel veel flatbread eten (“Mama, ik geloof dat ik niet meer kan poepen’’) en lekker lang naar de zee kijken.

De gesprekken zijn het leukst. “Waarom toeteren ze hier zoveel?’. Waarom wonen die mensen in tenten? Zijn ze aan het kamperen?’Waarom zingt die man uit die toren’’ Dat is de uitnodiging voor het gebed. ‘’En moeten de mensen dan ook helemaal naar boven klimmen?’’. Anna heeft inmiddels door dat haar blonde haren opvallen. “Waarom willen die mensen altijd met mij op de foto?” Omdat dat geluk brengt. “Maar is dat dan echt zo?’’, vraagt Arthur. ‘’Ik bedoel echt echt zo?’’ De verwondering en de nieuwsgierigheid van onze twee kleine wereldreizigers, dat is het mooiste wat er is.

De laatste dag in Aqaba hebben we nog een heel mooi uitje want we gaan snorkelen tussen de koraalriffen van de Rode Zee, maar daarna besluiten we terug te gaan naar de woestijn in Wadi Rum. We gaan alsnog de Jeepsafari maken, die eigenlijk een week eerder op het programma stond. De woestijn in Wadi Rum is onmetelijk mooi. Zandstenen rotsen die uit het woestijnzand steken, de wind die speelt met de scherpe kammen op de zandduinen en de adembenemende uitzichten waarin de kleuren van de omgeving (zwartgrijs, geel en oker) langzaam vervagen in de verte. Ondanks een bewolkte dag is het een onvergetelijke ervaring. Onze chauffeur Fahed is een kei in het rijden in het zand. Hij begint voorzichtig maar als hij door heeft dat de kinderen het leuk vinden trapt hij de 4×4 flink op zijn staart. Driftend de duinen door: ‘’‘’Whieeeee!!!!’’. Anna en Arthur hebben de slappe lach en tranen op hun wangen. 

S Avonds bij het kampvuur ontmoeten we José en Alessia, twee dertigers uit Mexico. Ze wonen een jaar in Engeland waar José een Master Antropologie volgt. In Mexico is hij sociaal ondernemer en Alessia is pas afgestudeerd in migratie-studies. We hebben meteen een klik. Pas als het kampvuur langzaam dooft en Anna en Arthur al bijna liggen te slapen op het kleed naast het vuur, zoeken we onze tent op voor de nacht. Maar niet voordat we e-mailadressen en telefoonnummers hebben uitgewisseld en hebben beloofd contact te houden tijdens onze reis. Dat is zo fijn aan reizen, de haast is weg en deze ongedwongenheid leidt tot echt mooie gesprekken. En nieuwe vriendschappen. 

Terug naar Dana. Het guesthouse maakt onderdeel uit de de RSCN, de landelijke organisatie voor behoud van natuur en biodiversiteit in Jordanië. De mensen die er werken, de locatieverantwoordelijke en gids Abed, de kok Hicham en alle andere medewerkers zijn enorm begaan met de bescherming van het park. De enige andere gast is een vrouw van onze leeftijd, onderzoeker en professor in filosofie en vergelijkende literatuurwetenschappen aan de Internationale Universiteit van Madaba. Wafa is een bijzondere vrouw. Een jaar eerder heeft ze met de mensen van Dana met succes een overheidsplan voor grondstoffendelving in een deel van het park tegengehouden. Zij vertelt dat ze graag naar het guesthouse komt om in alle rust aan haar artikelen te kunnen schrijven. 

Zij en het personeel eten in de grote eetzaal aan de naastgelegen eettafel. Als ze over onze reis horen worden er stoelen bijgeschoven en de rest van de maaltijd, een traditioneel Palestijns gerecht genaam Maqlouba, nuttigen we samen. Drie dagen lang, terwijl de sneeuw langzaam smelt, maken we onderdeel uit van de familie. Anna en Arthur worden op handen gedragen. Ze maken wandelingen met Romani, de zwerfhond uit het dorp die geadopteerd is door Wafa, ze geven de ezels te eten en krijgen allerlei lekkers toegestopt. Diepgaande en minder diepgaande gesprekken worden afgewisseld en we voelen ons er thuis, zoals we ons nog nergens in Jordanië zo thuis gevoeld hebben.  

Toch moeten we weer gaan. We hebben nog vijf dagen. Morgen reizen we verder naar Madaba en Mount Nebo en de dag daarna terug naar Amman, waar ons avontuur in Jordanië eindigt. Voordat we weer op het vliegtuig stappen zijn we bij Wafa thuis in Amman uitgenodigd om te komen eten samen met haar familie. Een laatste voorbeeld van de enorme gastvrijheid in dit fantastische land. Wat hebben we ervan genoten. 

We nemen afscheid met pijn in ons hart maar dankbaar voor alle mooie ontmoetingen en nieuwe vriendschappen. We moeten Abed beloven nog een keer terug te komen naar Dana. ‘’Promise’’.

Op naar het tweede luik van onze reis door het Midden-Oosten: Oman!

Plaats een reactie