Als onze ogen elkaar ontmoeten, voel ik bij haar dezelfde nieuwsgierigheid en vragen als bij mezelf. Een blik volstaat vaak bij vrouwen onder elkaar. Ze is opvallend opgemaakt voor wat we net gedaan hebben. Valse wimpers, lippenstift, foundation, blush… Ze doet haar haar weer goed nadat ze, met hulp van de man die haar begeleidt, op het kleine bootje stapt. Het is het einde van onze tocht door de Wadi-al-Shab. Zij draagt een sportlegging en een modieus, ietwat retro Nike T-shirt. Ze glimlacht naar me en als iedereen aan boord is steken we de wadi over naar de andere oever. Eén voor één stappen we weer van boord waarbij sommigen behendiger zijn dan anderen. Het bootje wiebelt heen en weer. “Titanic” zegt de Omani die de boot bestuurt met een glimlach. Hij spreekt niet veel Engels, maar hij krijgt ons allemaal aan het lachen.
Als we een paar minuten later terug bij de auto komen, zie ik dat de vrouw haar lange zwarte gewaad aantrekt over haar natte kleren. Ze doet haar sluier weer om en stapt in de auto. Ok, een kleine compromis met de tradities voor een dag in de wadi, een diepe canyon met rotspartijen, veel klimmen en klauteren over stenen en zwemmen in natuurlijke zwembaden.
Jurgen is gefascineerd door de traditionele kledij van de Omaanse mannen. Allemaal dragen ze een lang, smetteloos wit en strak gesteven tuniek met een kumah, een kleine rond hoofddeksel. Hij verbaast zich over de keuze voor wit. In restaurants waar we komen nuttigen de mannen vaak samen een maaltijd, met hun handen en zittend op de grond. Niet erg praktisch dan, dat wit. Wellicht verklaart dat het aantal wasserettes dat we in iedere stad of dorp onderweg passeren.
Een paar dagen geleden, op het strand van Ras al Hadd, ontmoetten we een familie. Talal, de vader, biedt ons de traditionele Omaanse koffie aan. Het lijkt op een Turkse koffie met kardemom en kruiden. Een klein sterk bakkie. Je moet het heet drinken en je eet er een soort zoete pasta met pistache bij.

We raken met hem aan de praat. Hij verwondert zich over onze reis. 6 maanden op reis gaan is iets heel anders dan een paar weken rondreizen als toerist. Hij legt uit dat hij werkt voor het Omaanse Ministerie van Onderwijs. Hij was 10 jaar wiskundeleraar en nu is hij onderwijsinspecteur en houdt hij zich bezig met de kwaliteit van de examens. Hij wijst ons zijn zoon aan een stukje verderop, eveneens gehuld in traditionele kleding. Twee van zijn dochters zijn inmiddels bij ons komen staan. In Loubnia’s ogen zie ik weer een grote nieuwsgierigheid naar mijn persoon. Ik vraag Talal of zijn zoon het goed doet op school en of hij van wiskunde houdt. ‘’Inch’allah! Ja, hij houdt van wiskunde. Al mijn kinderen zijn goed in wiskunde,” zegt hij trots. Al mijn kinderen zijn naast zijn zoon drie meisjes die ons van een afstand bekijken. Lange jurken, sluiers op hun hoofd, lange en sierlijke silhouetten.
Talal vertrekt met zijn gezin in zijn 4X4 maar stopt nog even om ons zijn mobiele nummer te geven. Jurgen kan het niet laten om een foto met hem te maken. Zijn vrouw stapt uit om me te begroeten. Ze is volledig gesluierd. Ik kan alleen haar ogen zien, maar ze zijn mooi, helder en doordringend. Ik zie haar zilveren hakken en de onderkant van haar kleurrijke bloemenjurk onder het zwarte gewaad. Ze geeft mij een hand en we knikken naar elkaar. Ze ziet mijn ogen niet, verborgen achter mijn zonnebril. Wat een paradox!
Onze reis door Jordanië, Dubai en Oman is voor mij een eye-opener. Mijn militante ideeën en het belang wat ik hecht aan vrouwenrechten zijn in een zeker perspectief geplaatst. Ik respecteer de cultuur en de traditie van nederigheid in de landen die we bezoeken. De soberheid, in de eerste plaats vertaald door de kledij. Ik draag een sluier in de grootste en mooiste moskee van Oman, de Sultan Qaboos moskee in Muscat en ik hou mijn ogen wijd open om het allemaal te begrijpen.
Wat mij het meest verbaast tijdens onze reis is de Europese vooringenomenheid. We weten maar heel weinig van de Arabische cultuur. Een hoop vooroordelen en onjuiste aannames die me soms te binnen schieten. De bewegwijzering zet ons nog al eens op het verkeerde been: Wadi Shab of Wadi Jab? Muscat of Masquate? Sur of Sour? In ons guesthouse in Ras-al-Hadd worden we welkom geheten door Ektir, onze gastheer, een Bangladeshi. Hij kookt voor ons, helpt ons op weg waar nodig en een paar keer per dag drinken we samen thee. Hij werkt al vier jaar in Oman. We hebben in het begin wel wat moeite met zijn naam. Als Jurgen hem vraagt zijn naam voor ons te spellen, kijkt hij ons met een beschaamde blik aan. ‘’Voor jullie zou het waarschijnlijk zo worden gespeld’, zegt hij waarna hij met wat moeite de letters E-K-T-I-R spelt. Natuurlijk gebruikt niet de hele wereld het Romeinse alfabet. Weer realiseren we ons hoe vaak we door onze Europese ogen naar de wereld kijken.
Uiteindelijk noemen we hem Hector.

Wat ontzettend leuk en interessant om te lezen allemaal! Veel plezier en geluk gewenst nog, kijk jullie ogen uit en laat jullie inspireren!
Groeten,
Meester Tristan
LikeGeliked door 1 persoon