Dag Midden Oosten, hallo Azië

Een golf warme, vochtige lucht komt ons tegemoet als we, voor de derde keer al deze reis, het vliegveld uitlopen. Een mensenmassa, opeengepakt en 3 rijen dik verdringt zich op de stoep voor de ingang van de terminal. Bandanarayike International Airport, Colombo, Sri Lanka. En het is nog maar 5 uur ‘s ochtends. De vluchten vanuit Europa komen waarschijnlijk overdags aan maar wij vliegen naar Sri Lanka vanuit Oman. 

We wisten dat het zwaar ging worden: Boarden om kwart voor 10 ‘s avonds, vliegen om half 11, anderhalf uur tijdsverschil dus aankomst om 4 uur ‘s ochtends Sri Lankaanse tijd. Half 3 Omaanse tijd. En dat met twee kleine kinderen. We hopen op een halfvol vliegtuig en wellicht een paar uurtjes slaap.

Dat is een misrekening. Het vliegtuig zit stampvol, er is geen stoel meer vrij. Uitgelaten Sri Lankanen die terug vliegen naar huis, een portie fried rice met kip om middernacht en overal Bollywoodfilms op de schermen. We doen geen oog dicht en zijn gebroken als we aankomen. Arthur valt 15 minuten voor we landen in slaap. Het is voor hem dan 2 uur ‘s ochtends. En om half 3 moeten we hem weer wakker maken. Uit het vliegtuig, door de douane, baggage ophalen, SIM-kaart kopen. Hij bungelt aan mijn arm en valt bij de bagageband twee keer in slaap. Gelukkig worden we bij het vliegveld opgehaald en naar ons hotel gebracht.

We zijn inmiddels in Sigiriya, een kleine stad 4 uur ten noordoosten van Colombo. Na een paar dagen acclimatiseren in het kustplaatsje Negombo aan de westkust van Sri Lanka, zijn we hier gisteren naartoe gereisd. De omgeving is landelijk, rijstvelden afgewisseld met meren vol waterbloemen, dichte jungle, olifanten en met ruïnes bedekte rotsen die als gigantische keien boven het landschap uitsteken. De bekendste is de Leeuwenrots.

Het is warm.  Zengend, drukkend warm. Dat is voor ons even wennen! We zijn anderhalve maand geleden uit een winters Rotterdam vertrokken. In het Midden-Oosten was het winter en waren de temperaturen weliswaar een stuk hoger dan in Europa, maar nog steeds zeer aangenaam. Bovendien heeft het Midden-Oosten een droog klimaat, waarbij de temperaturen hoog kunnen oplopen maar de lucht droog blijft. 

In Sri Lanka zweet je bij de minste inspanning uit je broek. We hebben drie of vier dagen nodig om eraan te wennen. Je merkt het ook aan de kinderen. Moe, lamlendig en geen puf. Anna had gisteren een ouderwetse zonnesteek. Te veel inspanning, te weinig gedronken. Bam! Na wat ijswater op haar hoofd om af te koelen en een blikje Coca-Cola ging het weer beter, maar ze is er nog steeds niet helemaal bovenop. 

In het restaurant vanavond bestellen we een lekker fris biertje en een goede fles wijn. Wat een genot na zes weken ‘droogte’ in het Midden-Oosten. Over droogte gesproken, amper een week geleden zaten we nog in de woestijn in Oman. Samen met de kinderen blikken we terug.

Na het bezoek aan het zeeschildpadden reservaat van Raz-al-Jinz volgt nog een hoogtepunt: Wahiba Sands. Pure woestijn gelegen in het zuidoosten van Oman. We verblijven drie dagen in een desert camp, heel toepasselijk Thousand Nights Camp genaamd. Het kamp ligt ongeveer anderhalf uur rijden de woestijn in. Als we aankomen worden we overwelmd door de schoonheid van de plek. Een oceaan van rechtlijnige duinenrijen die tot in het oneindige door lijken te gaan. In Jordanië waren we ook in de woestijn in Wadi Rum, maar dit is toch weer heel anders. 

Overdags in het zand blankgoud en te heet om op te lopen, maar in de ochtend of late middag, als de zandduinen geel en oranje kleuren onder de laagstaande zon, trekken we de duinen in. Kilometers en kilometers van het fijnste zand dat je je kunt voorstellen. Anna en Arthur rennen, springen, rollen van de duinen. Op een plastic slee roetsjen ze van een van de stijlste duinflanken af naar beneden. Ze hebben de grootste lol. Het zand zit overal. Medegasten van het kamp houden er andere hobbies op na. Dune Bashing bijvoorbeeld. Oftewel proberen met een terreinwagen of een quad recht tegen een duin op te rijden. De stilte van het kamp wordt in de late middag overstemd door ronkende motoren. Niet echt ons ding. 

Als de stilte is teruggekeerd gaan Anna en Arthur kennismaken met de kamelen van het kamp. Ze mogen overdags vrij rondlopen maar hebben wel een touw rond hun voorpoten om te voorkomen dat ze ervandoor gaan. Voorzichtig zoekt Anna de toenadering. Arthur kijkt vanaf een afstandje toe. De kamelen zijn tam en goed getraind. Rustig pratend staat Anna voor Coco, het koosnaampje wat ze voor haar favoriete kameel heeft bedacht. De blik in zijn ogen is om van te smelten. In Jordanië wilden de kinderen dit al dus de volgende dag besluiten we om in de vroege ochtend een kamelentocht door de woestijn te maken. Het ‘schip van de woestijn’ wordt de kameel ook wel genoemd en nu begrijpen we waarom. Wat zijn deze dieren ongelofelijk goed aangepast aan hun omgeving. Het is even wennen om erop te zitten, en bij het op- en afstappen moet je je heel goed vasthouden anders kukel je eraf, maar wat een prachtige ervaring. Twee uur lang stilte en zachtjes deinend de woestijn door. Omdat ook een kamelentocht voor hun een spel is, hebben Anna en Arthur nu ook weer wat leuks bedacht. ‘’Welke van de vier kamelen moet het vaakst poepen tijdens de tocht?’’ Het is spannend. Uiteindelijk wint Arthur: 8-7-7-2. 

Na de woestijn reizen we terug naar het noorden waar we de historische stad Nizwa bezoeken en 3 dagen de bergen intrekken. Onze huisje op 1700 meter hoogte kijkt uit op ’Jebel Shams’, de hoogste berg van Oman, en befaamd om de prachtige wandelingen die je er kunt maken, waaronder de Balcony Walk. Een tocht van 5 uur over een riggel langs een bergwand, met onder je een ravijn van 1000 meter diep. Even slikken en gaan. Goed kijken waar je je voeten zet en niet te vaak opzij kijken. 

Uiteindelijk komen we na twee weken rondgereisd te hebben weer terug in Muscat. In Jordanië hadden mensen ons al gezegd: ‘’Na Jordanië is Oman het mooiste en meest gastvrije land van het Midden Oosten’’. Dat kunnen we nu beamen.

In het restaurant hebben de kinderen weer een spelletje verzonnen: Toettoet! Als ze op onze neus drukken staan we uit, nog een keer en dan staan we weer aan. Behoorlijk onzinnig maar erg grappig. De alcohol, waaraan Marie-Laure en ik overduidelijk niet meer gewend zijn, helpt mee en we gieren allemaal van het lachen. Onze reis in Sri Lanka, oftewel ‘Gezegend Eiland’ kan nu echt beginnen. 

De komende weken gaan we dit fantastische eiland ontdekken. 

Plaats een reactie