Lazy days

De houten loopplank van de boot naar de pier is twee meter lang, amper 30 cm breed en buigt gevaarlijk door onder het gewicht van onze rugzakken. Even ben ik bang dat hij doorbreekt en dat we met zijn allen zo de plomp inkieperen. Voorzichtig en één voor één bereiken we de pier. We zijn aangekomen op Koh Rong Sanloem. Klein, tropisch eiland voor de kust van Cambodja. Azuurblauwe zee. Witte stranden. Palmbomen. Hangmat. Paradijs!

Een week op een paradijselijk eiland waar niet veel te doen is. Dat is even wennen na bijna 3 maanden onafgebroken onderweg te zijn geweest. Maar we voelen dat het tijd is om even wat gas terug te nemen. Het wordt niet alleen maar hangen in de hangmat want ons reisplan voor de komende weken in Cambodja, en nog belangrijker de twee maanden Amerika daarna, moet af. Maar daar gaan we als het goed is de komende dagen tijd voor hebben. We lopen samen met een handjevol andere backpackers van de pier het strand op. Zon op onze huid, voeten in het fijne zand en de geur van lekker eten die ons tegemoet komt. We voelen ons volmaakt gelukkig.

Koh Rong Sanloem, net als het iets grotere Koh Rong wat ernaast ligt, nodigt uit tot een heerlijke luiheid. Hier geldt de ‘rule of laziness’: ‘’Can’t reach it, don’t need it!’’. We vinden ons hotel een klein stukje verder op het eiland: ‘’Welcome to Paradise’’ staat er boven de ingang.  

Paradise is een bijzondere plek. Een paar bungalows op het strand en een groot open houten gebouw in Khmer-stijl wat uitkijkt op zee en waar de ventilatoren driftig draaien. Meditatiematten in het midden voor hen die willen liggen of rusten. Aan beide zijdes lange banken met zachte kussens. We slapen in een kleine bungalow op het strand met uitzicht op de baai. Een schommel boven de golven, een hangmat aan twee palmbomen, bedden met muskietennetten en een douche onder de sterrenhemel. 

We leren de bewoners kennen. Een Cambodjaanse familie die de hele dag in de keuken staat. De groep jongens en meiden die Paradise runnen (al snel komen we erachter dat dit merendeels wezen zijn en dat Paradise een belangrijke sociale werkplaats is waar deze kinderen de kans krijgen om een vak te leren). Een Braziliaanse die elke ochtend en avond in zoom-calls zit voor haar werk, een Italiaan die niets anders doet dan één keer per week sigaretten halen bij de bevoorradingsboot, een Duitser die familie lijkt te zijn van de familie die het hotel runt en nooit een woord zegt. Een Fransman die meer dan een jaar geleden is aangekomen en heeft besloten te blijven. Al snel raken we in gesprek en komen we erachter dat de meeste bewoners van het eiland net als ons ooit met een rugzak van de ferry gestapt zijn, maar nooit meer zijn vertrokken. Koh Rong Sanloem voor altijd.

De volgende ochtend. Het is 7 uur ‘s ochtends. Ik zit alleen in een schommel met uitzicht op de zee. De zon is net op en iedereen wordt langzaam wakker. Het is al 28 graden. Een licht briesje doet de kokospalmen wuiven. Zachtjes breken de golven. Een zilveren zee weerspiegelt de lucht, de boten en de steiger waar de pendeldienst naar het vasteland 3 keer per dag aanmeert. Het witte zandstrand, de turquoise zee van 28 graden. Ik wrijf mijn ogen uit bij het zien van al deze schoonheid.

Iets later komen PatPat en TomTom, de twee honden van Paradise, zich voorstellen. Ze zijn al doorweekt en zitten onder het zand. Ze duwen hun natte neus tegen we aan om gedag te zeggen. PatPat is lief maar op zichzelf. We zien hem het grootste gedeelte van de dag niet, maar ‘s avonds houdt hij ervan om lekker over zijn buik geaaid te worden terwijl hij op zijn rug met zijn vier poten in de lucht ligt weg te dromen. Tomtom is veel socialer, graaft een kuil in het zand naast de kinderen om urenlang naar de zee te kijken. Hij komt als de kinderen hem roepen en wijkt de komende week niet hun zijde. Anna en Arthur zijn verkocht. ‘’Mama, waar is Patpat?’’. ‘’ Papa, waar is Tomtom?’’. ’’Tooooommmm Toooooommmmm?? Paaaaaatttt Paaaaatttt?”. Al snel komt de vraag der vragen: “Mogen wij als we weer thuis zijn ook een hond? En mogen we er dan net zo een als TomTom?’’. Wat de honden zelf betreft, ze laten zich de hele dag vertroetelen en knuffelen, en dan opeens zijn ze ook weer weg.

Het nieuwe ritme bevalt Anna en Arthur wel. Wakker worden, even worstelen met je klamboe, je favoriete pancakes bij het ontbijt bestellen (‘’Can I have chocolat and bananas on the side please?”) even huiswerk maken, en dan de hele dag lekker niets doen: zandkastelen bouwen, het water in, beetje schommelen in de hangmat, terug het water in, spelen met de honden, boekje lezen, potje kaarten en weer terug het water in. Langzaam kleurt hun huid caramel.

We ontdekken de Cambodjaanse kunst om overal en in alle omstandigheden te slapen. De klusjesman die momenteel de bungalow naast de onze aan het renoveren is, duikt regelmatig even in zijn hangmat zodra zijn elektrische schroevendraaier te zwaar wordt door de hitte. Het eiland valt in slaap en wij doen lekker mee mee. 

Toch werken Cambodjanen over het algemeen erg hard. Elke familie runt zijn eigen bedrijfje, of het nu een taxi, een tuktuk, een stomerij, een eettentje of een groentekraam is. De kinderen hangen er het grootste gedeelte van de dag omheen en vaak de grootouders ook. Zoals in ons favoriete noodle restaurant in Phnom Penh. De jongste, amper 4 jaar oud en verkleed als Spiderman rent tussen de tafels door. De oudste zoon heeft de kunst van het verse noodles maken van zijn vader geleerd en slingert het deeg door de lucht. Twee andere kinderen bedienen de gasten. Grootmoeder, ver in de 70, weet niet meer goed wat ze doet maar doet het toch. En als de klanten op zich laten wachten doen de Cambodjanen een klein dutje in de tuktuk, liggend op de motor, achter de toonbank of in de hangmat. 

Af en toe overwinnen we onze luiheid voor een wandeling over het eiland. Zo ontdekken we Lazy Beach. Niet zonder de hulp van TomTom – hij doet zijn naam eer aan –  die ons de weg wijst. De wandeling is warm en in de brandende zon. Arthur et Anna hebben het warm en trekken als snel hun T-shirts uit. Tom Tom wacht op ons bij elke bocht. We komen langs een paar bouwplaatsen waar nieuwe resorts in aanbouw zijn. De corona-crisis heeft als neveneffect gehad dat een grote delen van het eiland zijn opgekocht door projectontwikkelaars en investeringsmaatschappijen. Het naastgelegen Koh Rong moet binnen 10 jaar het nieuwe Bali zijn. Er wordt zelfs gesproken over een vliegveld op het eiland. Wij huiveren al bij de gedachte.  

Lazy Beach ligt aan de andere kant van het eiland. Hier zijn hoge golven, koraalriffen, bamboehutten aan het strand en dezelfde ontspannen sfeer als bij Paradise. We brengen de middag springend in de golven door en besluiten, na een snelle blik op ons schema voor de komende weken, ons verblijf op het eiland hier nog met een paar dagen te verlengen. Waarom niet?

We ontmoeten Stéphane, een franse schilder met een zekere reputatie en eeuwige optimist die bekend staat om zijn “Happy Painting”. Hij omschrijft zichzelf als een lui persoon. ‘’Daarom ben ik kunstenaar geworden”, geeft hij eerlijk toe. Hij woont al 20 jaar in Cambodja. Hij is hier met zijn zoon en de vriendin van zijn zoon, die hem zijn komen opzoeken. Hij kwam in de jaren ’90 en is nooit meer weggegaan. Tijdens onze reis door Cambodja komen we er zo nog veel meer tegen. Jong en oud, vaak Frans, maar ook Duits, Amerikaans, Spaans of Australisch. Gelukszoekers die na een eerste kennismaking hebben besloten alles achter te laten om hier te gaan wonen. In Phnom Penh, in Kampot en nu op Koh Rong Sanloem, overal is een gemeenschap van buitenlanders die betoverd zijn door dit land. Zij vertellen ons over hun bewondering voor de Cambodjanen die, ondanks zeer moeilijke tijden, blijven glimlachen en nooit klagen. De crisis heeft het eiland hard getroffen, maar iedereen blijft positief en kijkt naar de toekomst. ‘’Smile! Happy!’’ Het is zo verleidelijk om te blijven, maar voor ons gaat de reis verder.

Uiteindelijk stappen we na 8 dagen dus toch weer terug op de ferry. We zijn helemaal opgeladen en kijken uit naar alle mooie bestemmingen die we nog voor de boeg hebben. Te beginnen met een van de zeven wereldwonderen, Angkor Wat. Amerika is inmiddels ook bijna rond. Als de ferry aanlegt wiebelen we weer over dezelfde loopplank aan boord. Het is mooi geweest. 

Terwijl de ferry van de pier wegvaart kijken we nog eenmaal om. Op het strand slaapt TomTom onder zijn palmboom.

Plaats een reactie