We eten een ijsje op een terras in Siem Reap, stad in het noordwesten van Cambodja en uitvalsbasis voor een bezoek aan de tempels van Angkor Wat. De kinderen hebben net besteld. Zoals altijd, een bolletje vanille voor Anna en een bolletje chocolade voor Arthur. We hebben er vaak op aangedrongen dat ze ook eens wat anders proeven, maar nee hoor. Eén vanille en één chocolade, waar ze ook zijn.
Terwijl de kinderen hun ijsje opeten kijken Marie-Laure en ik terug op onze reis tot nu toe. We zijn bijna halverwege. Wat heeft de reis met ons gedaan? Zijn onze verwachtingen uitgekomen?
Dat laatste zeker. Van de landen die we hebben bezocht, en waarvan sommige echt bij toeval op ons pad kwamen – Jordanië en Oman zaten oorspronkelijk niet in de planning – , hebben we met volle teugen genoten. Het voelt als een voorrecht om dit met z’n vieren te kunnen doen en we zien hoe snel de kinderen zich ontwikkelen. Waar ze zich in het begin van de reis nog wel eens onzeker voelden, zijn ze nu zelfverzekerd en stappen ze overal op af. Om de beurt bestellen ze als we ergens wat gaan eten of drinken. Vooral Arthur windt er geen doekjes om: “ Can I sugar please?” of “Can I menu?”. We liggen regelmatig dubbel van het lachen, terwijl hij ons met stoïcijnse maar trotse blik aankijkt. Een blik die zegt: ‘’Wat nou! Ze begrijpt me toch gewoon”.
De vraag wat de reis met ons heeft gedaan is moeilijker te beantwoorden. We weten het eigenlijk nog niet. Of we hebben de tijd nog niet kunnen nemen om daar rustig over na te denken. De reis heeft in iedere geval onze ogen, en die van de kinderen, geopend. Voor hoe het is om in een ander land dan Nederland op te groeien. Voor de kansen die we krijgen die maar niet vanzelfsprekend zijn. Maar ook voor de schoonheid en de rijke cultuur in deze landen, de vriendelijkheid, de gastvrijheid en de positiviteit die de mensen ondanks hun armoede toch uitstralen. En we hebben twee van de meest indrukwekkende historische plekken op aarde gezien. De rotsformaties van Petra en, deze week, de tempels van Angkor Wat.
Wow! Angkor Wat! Uit het Khmer vertaald de Tempelstad. Het grootste, religieuze bouwwerk ter wereld. Honderden oude tempels, verscholen in de jungle, verspreid over een gebied van 20 bij 30 kilometer. Het was, tussen circa het jaar 800 en 1300, de hoofdstad van het middeleeuwse Khmer rijk. Een rijk dat veel verder ging dan het huidige Cambodja maar ook grote delen van Thailand, Laos en Vietnam omvat. Rond 1100 wonen er in Angkor 1 miljoen inwoners, een unicum in die tijd. Een paar honderd jaar later wordt de koninklijke macht verplaatst naar het huidige Phnom Penh en raakt de stad in de vergetelheid. Honderden jaren lang gebeurt er niets meer en worden de tempels langzaam maar zeker overwoekerd door het oerwoud. Totdat Engelse en Franse archeologen in de 19e eeuw opnieuw op de stad stuiten en de tempels een voor een weer blootleggen.








De eerste dag van ons bezoek staan we om half 5 op om de zon op te zien komen boven Angkor Wat. Twee keer per jaar doet hij dit namelijk precies midden boven de tempel. Toevallig net vandaag.
Terwijl wij het bijzondere lichtspel aanschouwen, wachten achter ons een kleine honderd amateurfotografen om de perfecte foto te maken. Maar zodra dit achter de rug is gaan de meesten van hen weer naar huis en hebben wij de tempel zowat voor ons alleen. In het schemerduister van de tempel knielen we in stilte voor het boeddha beeld en steken we een wierookstokje aan. Ongelofelijk bijzonder!
Normaal gesproken zou je in en rondom de tempels struikelen over de hordes toeristen die met touringcars tegelijk worden afgezet, maar nu is er niemand. De schemer en de afwezigheid van toeristen geven een bijna mystieke sfeer aan deze tempels die oprijzen uit de jungle en de tijd. Stemmen uit het verleden fluisteren hun verhalen door de muren en wij wanen ons ontdekkingsreizigers die zoeken naar begraven schatten en verhalen. Zoals Indiana Jones in zijn tempel op zoek naar de groene diamant. In stille verwondering dromen en fantaseren we over de tijd dat deze tempels nog bruisten van leven.
Het mag dan niet druk zijn, we hebben wel een andere uitdaging. De hitte. Het is eind maart, de warmste periode van het jaar in Cambodja, en vanaf een uurtje of 10 ‘s ochtends stijgt de temperatuur naar de 35 graden en houd je het niet meer uit. En omdat de tempels heilige plekken zijn dragen we lange kleding die onze benen en schouders bedekken. De oplossing: vroeg op pad en goed spreiden. We vertrekken over het algemeen dan ook ‘s ochtends rond een uur of zeven. We bezoeken een of twee tempels met de tuktuk. Na een frisse duik in het zwembad van het hotel, een lekkere lunch en wat huiswerk, stappen we dan meestal aan het einde van de middag weer in de tuktuk voor een namiddag bezoek.







De kinderen vinden het fantastisch. Normaal gesproken zou je denken dat ze het na twee of drie tempels wel gezien hebben – het lijkt uiteindelijk wel allemaal een beetje op elkaar – maar het tegendeel is waar. Marie-Laure en ik proberen de geschiedenis van deze oude stad zo goed mogelijk uit te leggen. We speuren naar afbeeldingen in bas-reliëf op de gedecoreerde muren, we organiseren creatieve fotosessies en spelen ‘’de vloer is lava’’ of verstoppertje. Zo wordt het bezoek geen moment saai.
Bayon, de tempel die we op de tweede dag bezoeken, is onze favoriet. Deze boeddhistische heuveltempel heeft wat spookachtigs, met zijn scherpe torens waarop aan vier zijden reusachtige gezichten prijken. Net als Angkor Wat is ook de Bayon-tempel omgeven door bas-reliëfs. De afbeeldingen zijn zo gedetailleerd dat het voor de kinderen een beetje op een stripboek lijkt. Eindeloos struinen ze langs de muren en door de gangen. “Kijk, dit is het monster met zeven koppen. Het ziet er helemaal niet zo eng uit’’.








We leren het bijzondere verhaal van Baphuon kennen, een andere heuveltempel in de vorm van een langwerpige piramide. Halverwege de vorige eeuw was de tempel in dermate slechte staat dat het risico bestond dat hij in zou storten. De tempel wordt steen voor steen afgebroken om gerestaureerd te worden. In totaal nummeren en archiveren archeologen zo’n 30 duizend stenen die rondom het tempelcomplex worden neergelegd. Dit archief gaat in de jaren 70 tijdens het bewind van de Rode Khmer echter verloren. Wat rest is de grootste archeologische bouwpuzzel ooit. Pas in 2011, 57 jaar na het begin van de restauratie, slagen ze erin de puzzel weer compleet te maken. Ook op Baphuon zijn we helemaal alleen. We klimmen langs de steile trappen van de tempel naar boven kijken hoe de zon in de verte langzaam achter de kruin van het oerwoud verdwijnt. Wat een spektakel!
Na drie dagen zijn we tempelmoe. De combinatie van vroeg opstaan, een druk programma en de extreme hitte zorgt ervoor dat de kinderen ‘s avonds uitgeblust zijn. Soms liggen ze, voordat we de tijd hebben om iets te bestellen, al languit op de bank van het restaurant te slapen. En soms wordt het ‘s middags in de tuktuk al teveel.


Na Angkor Wat bezoeken we nog het nabijgelegen drijvende dorp van Kampong Phluk aan de oevers van het Tonlé Sap meer, het grootste zoetwatermeer van Azië. Maar nu willen we weer verder.
We moeten nog wel een belangrijke keuze maken. Reizen we verder naar het bergachtige noorden en de prachtige bergtempels van Preah Vihear en Prei Kuk. Of toch verder naar het westen naar Battambang, sfeervol stadje in het grensgebied met Thailand. We weten het nog niet.
De kinderen hebben hun ijsje op. “Waar gaan we morgen naar toe?’’, vragen ze. ‘’Dat weten we nog niet”, zegt Marie-Laure. ‘’Daar zijn we nu over aan het nadenken’’.’’Oh, ok. Mogen wij in de tussentijd dan nog een ijsje?
We moeten lachen. Sluwe vossen zijn het, die twee. ‘’Nou goed dan, voor deze keer. Wat willen jullie?’’
Vanille en chocola!
