Kijk uit voor de beren!

Watch out, you’re in Bear Country here!’ zegt Lee, de ranger die ons ontvangt bij het informatiecentrum. ‘’Ze komen net uit hun winterslaap. Ze zijn vooral bezig met eten zoeken en letten dus niet op hun omgeving. Als je per ongeluk op ze stuit, kan dat gevaarlijk zijn. Heel gevaarlijk! Vooral als het een moeder is met jongen.’’ 

We schrikken even. Ik zie de ogen van de kinderen groter worden. Hun Engels is inmiddels goed genoeg om te snappen waar het over gaat. Lee gaat verder. “Maak veel lawaai als je wandelt! Praat luid. Als je er toch een tegenkomt, en hij heeft je niet gezien, keer dan om en loop rustig weg. Hebben ze je wel gezien, houd dan je handen in de lucht, praat op een rustige toon tegen ze en loop achteruit weg. En houd de kinderen dicht bij je. No worries. Normaal gesproken laten ze je wel met rust. Zij gaan contact met mensen liever uit de weg’’. 

Dat geeft de burger moed! ‘’En wat als de beer besluit om ons niet met rust te laten?’’, vragen we toch maar voor de zekerheid. “Nou in dat geval gebruik je de bear spray om hem af te schrikken’’. Ga zonder nooit de paden van het park op. Houd hem niet in je tas, maar om je middel. En zorg dat je weet hoe je hem gebruikt!’’ We zijn net aangekomen in Jackson, Wyoming, 500 kilometer boven Arches voor een bezoek aan de Nationale Parken Grand Teton en Yellowstone. Onze reis door Amerika, deel 2. Na de droge en dorre zuidelijke staten trekken we nu verder naar het noorden. Idaho, Wyoming, Montana. Bear country! En bisons, elanden, big horns en herten. Een prachtige omgeving. Dennenbossen, mosachtige groen-grijze steppen tussen met sneeuw bedekte toppen en gletsjers. 

De beren zijn niet de enige verrassing. De temperatuur voor deze tijd van het jaar doet ons ook schrikken. Het is koud! In Arches was het overdags nog boven de 25 graden. Onderweg naar het noorden komen we op een hoger gelegen pas ergens in Idaho al in de sneeuw terecht. Anna en Arthur deert het niet. ‘’Joepie, doen we een sneeuwballengevecht?’’, roepen ze terwijl ze op hun Teva’s de sneeuw in rennen. Al snel vliegen de sneeuwballen ons om de oren. Heerlijk! Onderweg wordt de lucht al grijs. Het is stil. De sneeuw hangt zwaar en dreigend in de lucht. Wij dachten dat in mei het voorjaar wel begonnen zou zijn. Dat is ook zo, maar de temperaturen in de noordelijke staten zijn veel lager dan we hadden verwacht. Volgens de locals is de koudste lente in 50 jaar. Even improviseren dus en snel naar een outdoorzaak om handschoenen en thermische shirts voor de kinderen te kopen. 

Jackson is een gezellig stadje. Wat ons intrigeert zijn de namen. Op de kaart staat het aangegeven als Jackson, maar iedereen zegt Jackson Hole. Onze camping ligt aan de rivier “Gros Ventre”. Vreemde namen: Grand Teton, Gros Ventre, Jackson Hole. De kinderen lachen ermee: Grand Téton, heb je grands tétons?’’. Het blijken namen uit de tijd van de Frans-Canadese pelsjagers die hier in de 19e eeuw neerstrijken om op bevers te jagen voor hun pelzen en handel drijven met de Indianen. De namen van de Indianenstammen spreken tot de verbeelding van de Europese Amerikanen: de Nez Percés, de Blackfoot, de Gros Ventres, de Têtes Plates en de Shoshones. Lee de ranger geeft uitleg: ‘’Een Hole is  een hoge vlakte omringd door bergen. Er zijn er maar drie in de Verenigde Staten, waaronder Jackson. Als je zegt dat je uit Jackson komt, weet niemand waar het is, maar als je Jackson Hole zegt, weten ze het wel’’.

Als we het park in rijden op weg onze campsite passeren we Bighorn schapen, grazend op een helling. Zij hebben hun hoorns nog wel. Zoals elk jaar werpen de elanden en herten in het vroege voorjaar hun gewei af en sinds vandaag is het toegestaan deze geweien te verzamelen. Het lijkt wel een goudkoorts.  In het stadje wordt overal op straat gehandeld. Pickup trucks rijden af en aan met ladingen geweien. Mannen met cowboyhoeden opeengepakt op de rand van de bak van volgeladen pick-ups. Het heeft iets weg van milities die terugkeren van het front, pronkend met hun trofeeën. De geweien worden gebruikt voor versiering en kunnen veel geld opbrengen. Het is het symbool van de stad geworden, midden in het centrum staan bij de ingang van het stadspark vier bogen van hertengeweien die bezoekers in staat stellen hun bezoek aan Jackson (Hole) te vereeuwigen.

Na aankomst bij de campsite volgt de volgende waarschuwing: ‘’Hi ya all. Did you bring the snow with ya? Remember ya in Bear country here. No food outside, no garbage. They can smell that from 20 miles away. You don’t want no bears paying you a visit at night, do ya?’’.

Nee, dat willen we niet. Als we de volgende dag wakker worden hebben we toch bezoek. Twee elanden staan rustig te grazen rondom onze camper. Terwijl wij onze ogen uitwrijven staan zij ons vanaf een metertje of tien aan te kijken. Eventjes maar. Daarna gaan ze weer verder met waar ze mee bezig waren. Wat een machtig gezicht en wat een prachtige, elegante dieren. 

Als we even later naar buiten stappen dalen dikke sneeuwvlokken op ons neer. En de temperatuur is nog een beetje gezakt. Tussen de dennenbomen door zien we de steppeachtige vlaktes van het park waar kuddes elanden en herten op een afstandje staan te grazen. We pakken een rugzak in, trekken warme kleding aan en gaan op pad.  

Later die dag staan we tijdens een wandeling langs Jenny Lake aan de voet van de Grand Tetons tot onze knieën in de sneeuw. Anna praat ons op luide toon – nog iets luider dan gewoonlijk – de oren van onze kop. Ze houdt niet op. Haar favoriete onderwerp is de hond die ze wil dat we nemen als we terug zijn in Nederland: “Welke hond vind je het leukst? En papa, denk je dat hij een hond zal willen? Krijgt hij een mand of een kennel?’’.  Dan gaat ze over op een ander onderwerp. ‘’En wat doen we als we een beer tegenkomen?”, en ga zo maar door. Al snel hebben we het door. Ze neemt het advies van Lee heel letterlijk en laat geen pauze vallen. Het onderwerp van gesprek doet er niet toe. Zolang de beren ons maar aan horen komen. Marie-Laure en ik houden de omgeving aandachtig in de gaten. De bear spray binnen handbereik. 

Arthur geeft ons ondertussen een masterclass Freek’s Wilde Wereld. ‘’Papa, wist je dat Freek tijdens het duiken door een witte haai in zijn been is gebeten? Of was het een ijsbeer? Nou ja, hij is echt heel stoer hè! De camera ging wel even uit, maar daarna ging hij gewoon door met filmen…’’. We merken maar weer eens hoe anders de beleving is van een 7-jarige in vergelijking met een 10-jarige. Anna proeft de spanning. Arthur heeft nog geen benul. Maar we houden ze allebei dichtbij ons. 

We stoppen bij de historische nederzettingen van het park. De pioniers moesten wel gek zijn om zich hier te vestigen om een leven en een gemeenschap op te bouwen. Meer dan de helft van het jaar is de vallei bedolven onder een dik pak sneeuw. Maar wat een magische plek! Kuddes wilde dieren, steppen met kristalheldere rivieren vol forel en de met sneeuw bedekte Tetons in de verte. Maar het leven was extreem hard in de winter. Voorvechters van het behoud van deze schoonheid, waarvan Rockefeller er een was, streden decennialang om er een nationaal park van te maken. De boeren die zich hier gevestigd hadden, verkochten uiteindelijk hun land zodat de wildernis behouden kon worden. Wat een waanzin en fanatisme was er voor nodig bij deze pioniers om zich hier te komen vestigen. En toch zagen ze het belang van het behoud van deze plek voor toekomstige generaties.

Na Grand Teton rijden we verder noordwaarts richting Yellowstone, het park waar ik misschien wel het meeste naar uit keek op deze reis. Omdat de campsites in Yellowstone pas half mei open gaan, besluiten we voor twee dagen in te checken bij de Moose Creek Inn, een sfeervol motel in West Yellowstone. Echte bedden, een warm bad en een eigen koffiezetapparaat. Een plek op een RV-park is in dit populaire en toeristische stadje aan de rand van het park qua prijs vergelijkbaar met een motel. Dus de keuze is snel gemaakt. En om eerlijk te zijn konden we dit wel even gebruiken.  

Yellowstone is het park van de geisers. 95% van alle geisers wereldwijd vind je hier. Een fantastisch schouwspel van de kracht en complexiteit van de natuur. The Old Faithfull. Symbolisch en stipt als altijd. Binnen een marge van 20 minuten kan worden voorspeld wanneer hij begint met spuiten. En de Grand Geyser. De grootste en krachtigste geiser ter wereld. Iets minder stipt, waardoor we even moeten wachten. Maar als hij begint is het schouwspel zo indrukwekkend dat Arthur in een moment van onoplettendheid zijn ranger boek in het water laat vallen. Oeps! Water van tegen de 70 graden dat net daarvoor uit de geiser is gekomen. Gelukkig plukt een oplettende Nederlandse vrouw het boek een stukje verderop uit de stroom tot grote opluchting van Arthur. Hij was al twee dagen bezig met de opdrachten om zijn ranger’s badge te verdienen;-) De Grand Prismatic Spring, een meer dan 100 meter brede warmwaterbron in de meest prachtige kleuren goudbruin, geel, groen en paars purper. Het resultaat van hoge concentraties bacteriën die bij verschillende temperaturen aan de oppervlakte van de bron leven. Ook zij moeten extreme omstandigheden trotseren om zich te ontwikkelen. Deze bacteriën zijn dezelfde waardoor leven op aarde kon ontstaan. De eerste pioniers. Het bewijs dat zelfs onder deze extreme omstandigheden, het leven zich kan aanpassen. 

Als we later langs een weg een groep natuurfotografen naast hun auto’s zien staan met grote lenzen op hun camera’s gericht op de bosrand, stappen we uit in de hoop een glimp op te vangen van een grizzly. Maar helaas, we zijn net te laat. We hebben hem gemist.

Uiteindelijk zien we in vijf dagen elanden, heel veel bisons (op gepaste afstand want het zijn echt indrukwekkende beesten), edelherten, damherten, bighorns, pronghorns, bevers, chipmunks, adelaren, ospreys én een wolf. Maar geen beer. Onze bear spray blijft ongebruikt. Gelukkig maar. Om de cirkel toch rond te maken voor de kinderen bezoeken we op de laatste dag een berenopvang, waar gewonde of door hun moeder achtergelaten jonge beren worden opgevangen. Max, een zestienjarige grizzly, lacht ons met ontblote tanden toe! We zijn blij dat een hek ons van hem scheidt.

Op sommige momenten merk ik dat ik vol zit. Dit is zo’n moment. We zijn nu meer dan vier maanden aan het reizen. We hebben al zoveel meegemaakt, zoveel gezien, dat ik graag even stil sta. Om te schrijven. Om alle indrukken een plekje te geven. Om te bezinnen. Even stil te worden van binnen. En om het hoofd leeg te maken. Ruimte te maken en energie op te doen voor alles wat nog komen gaat. En er komt nog heel veel. Morgen reizen we vanaf Yellowstone verder naar het noordwesten. Via de staten Montana, Idaho en de kust van Oregon eindigen we uiteindelijk over een dag of tien in de staat Washington. We zijn het westen van Amerika dan in een soort halve cirkel doorgereisd. Vanuit Seattle pakken we het vliegtuig naar de oostkust.

Op de laatste dag krijgen de kinderen van Lee hun Junior Ranger badge. De eed gaat hen steeds beter af, dit is de vierde keer al:

‘’As a Junior Ranger

I promise to learn about 

and protect Grand Teton National Park

And all wild places.

When I come home 

I will tell at least three persons about this park

and about the importance of its preservation’’.

Trots poseren ze voor de foto. Ranger hoed op het hoofd. Badge voor de borst. Weer een mooi aandenken voor in de reeds rijk gevulde trofeeënkast. 

Plaats een reactie