We zitten aan tafel in het restaurant van de Game Ranch en genieten van een heerlijk wildmenu: Pompoensoep, Springbok Carpaccio, Oryx Frikadelle en Roast Kalahari Leg of Lamb. Met daarbij een heerlijke fles Tokara Red Cabernet Sauvignon. Anna en Arthur drinken appelsap uit een wijnglas, proeven alles mee en knikken instemmend. Alleen met de Oryx heeft Anna een beetje moeite: ‘’Ik heb besloten om een Oryxtariër te worden. Het zijn veel te schattige dieren’’. Het is zondagavond en we zijn in de Kalahari woestijn in het zuiden van Namibië. Buiten is het donker. We zitten op het zuidelijk halfrond en de avond valt hier al vroeg.
Vandaag is onze reis in Afrika echt begonnen. Met een dag vertraging zijn we gisteren in Namibië aangekomen. We zijn moe, hebben de afgelopen dagen veel te weinig geslapen en na een glas wijn voelen we de stress eindelijk van ons af vallen.



Terug naar afgelopen woensdagavond. Het staat er echt. United Airlines vlucht UA 188 naar Johannesburg ‘CANCELLED’. Het is 11 uur ‘s avonds, we wachten samen met een paar honderd andere reizigers voor de gate op Newark Liberty Airport in New York. Onze vlucht die eigenlijk om 9 uur had moeten vertrekken is al vertraagd vanwege een onweersstorm die boven het vliegveld hangt. Nu is hij helemaal geannuleerd.
Ik had al een voorgevoel gehad die middag. We waren geïnformeerd dat er een onweersstorm aankwam, maar dat onze vlucht wellicht net op tijd zou kunnen vertrekken. ‘’Wat nou als we vertraging hebben, en onze vlucht naar Windhoek niet halen? Of erger nog, wat als onze bagage in Johannesburg achterblijft?’’, had ik aan Marie-Laure gevraagd. ‘’Wat doen we dan?’’. Een naar gevoel bekruipt me. Op advies van het gate personeel spoeden we ons naar de balie van customer service, terwijl we ons afvragen wat dit gaat betekenen.
Tegenslag hebben we tot dusver tijdens onze reis nog niet gehad. Een keer bleek ons hotel in Sri Lanka vol vanwege gestrande Oekraïense reizigers die na het uitbreken van de oorlog niet meer terug konden vliegen. En natuurlijk verliezen we van tijd tot tijd de nodige spullen. ‘’Zeg, die tandenborstel die stond op te laden in de badkamer, die heb jij toch in de tas gedaan? Hoezo, nee?’’. En niet alleen tandenborstels, ook een paar Teva’s, kleding, oplaadkabeltjes en ga zo maar door. Niet dat we extreem chaotisch zijn, integendeel zelfs, maar dit soort ongelukjes heb je altijd. Vooral als je zes maanden weg bent.
Maar nu ziet het er slecht uit. De vlucht New York – Johannesburg duurt normaal gesproken 15 uur, en de volgende is pas over twee dagen.Voor ons reisschema in Namibië zijn reeds reserveringen gemaakt, een vlucht van Johannesburg naar Windhoek is geboekt, als ook een hotelovernachting in Johannesburg en niet te vergeten de PCR-testen die maar 72 uur geldig zijn. De stress neemt toe. Alles moet worden omgegooid. Maar ‘’first things first’’. Eerst een nieuwe vlucht.
We staan in een ellenlange rij voor een balie waar weinig lijkt te gebeuren. Een medewerker vraagt ons mee te lopen naar een andere balie een etage lager. Als we daar aankomen staan er ook al flink wat mensen te wachten, maar we zijn hoopvol gestemd en geduldig terwijl we de organisatie waarmee wij de reis in Namibië hebben geboekt op de hoogte brengen. We wachten en wachten terwijl de baliemedewerkers de mensen voor ons proberen om te boeken op een andere vlucht. Het is een lange dag geweest. De paspoort- en beveiligingscontroles op de Amerikaanse vliegvelden duren lang en onze benen zijn zwaar van het staan, maar wij zijn niet de enigen.
Rond 2 uur ‘s nachts zijn we aan de beurt. Wij glimlachen nog, maar ons gemoed verandert snel. Aan de baliemedewerker proberen we uit te leggen dat we met kinderen reizen en dat sommige van de voorgestelde opties niet mogelijk zijn (Newark-Parijs-Addis Abeba-Johannesburg), dat onze eindbestemming Windhoek is en niet Johannesburg en dat hun partner (Lufthansa) dagelijks van Frankfurt naar Windhoek vliegt. Maar het lijkt of we tegen een muur praten: ‘’Nee, het is niet onze verantwoordelijkheid, wij moeten jullie in Johannesburg krijgen, dus zoeken we voor jullie een vlucht naar Johannesburg. Het duurt een eeuwigheid. Wij proberen positief en constructief te zijn, maar het personeel tegenover ons is moe en het gebrek aan empathie is merkbaar. Ze gunnen ons geen blik, praten over ons in de derde persoon alsof we er niet zijn. Een eerste manager wordt erbij geroepen, dan een tweede om te proberen een oplossing voor ons te vinden. Iemand probeert erop te wijzen dat wij twee kinderen hebben. Anna en Arthur liggen dan al in een onhandige houding naast ons op het bagagekarretje te slapen. De baliemedewerker die ons oorspronkelijk te woord stond is er tussenuit geglipt. We komen nergens. “U kunt morgen Lufthansa bellen en vragen of zij u willen omboeken op de vlucht naar Windhoek”.
Uiteindelijk vinden we vier stoelen voor de volgende avond op een Lufthansa-vlucht naar via Frankfurt naar Johannesburg. Als we vragen wat we met de PCR-tests gaan doen die bij aankomst niet meer geldig zullen zijn duurt het weer een half uur voordat we uiteindelijk een voucher toegezegd krijgen. Deze moet de volgende dag alleen wel even opgehaald worden bij loket H”. ‘’Onze baggage?’’, vragen we tenslotte. ‘’Die wordt automatisch doorgestuurd naar de eindbestemming, dus daar hoeft u zich niet druk om te maken”.
Met alleen wat handbagage verlaten we rond 3 uur ’s nachts uitgeput het vliegveld. Het is niet ideaal en we moeten morgen zelf een nieuwe vlucht boeken van Johannesburg naar Windhoek als Lufthansa weigert zelf de vlucht te wijzigen. Maar dat is voor morgen. Het is tijd om een hotel te zoeken, want United Airlines laat ons ook daar volledig in de steek. Op onze laatste vraag ‘’Waar gaan we vanavond slapen?’’ wordt geantwoord: ‘’Neemt u de bus naar de parkeerplaats, daar staan shuttles naar nabijgelegen hotels. U zult bij hun moeten nagaan of ze nog kamers hebben. Dat is niet onze verantwoordelijkheid”. We bellen daarom maar het hotel waar we de vorige nachten hebben geslapen. Gelukkig hebben ze nog een kamer vrij. Als we om 3.30 uur terug in het hotel zijn, laten we ons op ons bed vallen en vallen vrijwel meteen in slaap.
Na een hele korte nacht staan we de volgende ochtend alweer vroeg op. Na weer twee uur in een rij te hebben gestaan, doet zich het volgende probleem voor aan de balie. Het verstrekken van vouchers is blijkbaar geen standaard procedure en de baliemedewerker zegt dat ze ons niet kan helpen. Het is absoluut niet mogelijk. Ze snapt niet dat iemand dat tegen ons gezegd kan hebben. We hebben een vlucht over 3 uur en zonder een geldige PCR test kunnen we Namibië of Johannesburg niet in. We kunnen ze zelf betalen maar dat kost 250 dollar per test. Keer 4, reken maar uit. Na een tijdje begint Marie-Laure haar geduld te verliezen. Een opeenstapeling van slaaptekort, stress en frustratie over de absurditeit van de situatie waar we in terecht gekomen zijn, maakt haar kwaad. De emotie moet eruit en ze barst in tranen uit voor de mevrouw achter de balie. Maar het werkt en een paar telefoontjes later is het toch geregeld. Als we 10 minuten later de luchthaven kliniek binnen lopen wordt ons daar verteld dat dat zij (United Airlines) heel vaak vouchers verstrekken voor gratis tests na annuleringen van vluchten. Bizar. Gelukkig hebben we binnen een kwartier de resultaten van de test. Daarna weer sprinten voor check-in, beveiliging, douane. Dit alles duurt nu veel langer met de nieuwe COVID-beperkingen en we hebben maar weinig tijd meer. Voordat we aan boord gaan, controleren we bij de gate of onze bagage in het vliegtuig zit. Dat zit het, oef! Opluchting, we hebben het gered!




Na weer een gebroken nacht komen we heel vroeg in de ochtend in Frankfurt aan. We zijn nu officieel de wereld rond gereisd. Omdat onze volgende vlucht om 9 uur ’s avonds zoeken we een plek om even uit te rusten. We proberen het eerst nog bij de business-lounge van Lufthansa, maar natuurlijk kan daar ook niemand iets voor ons doen. Dus wordt het een kamer in het Airport Hotel op het vliegveld, een hotel waar mensen die niet meer weten in welke tijdzone ze leven, tussen twee vluchten even neer kunnen ploffen. Een paar uur slaap, ook al liggen we met zijn vieren tegen elkaar in een tweepersoonsbed, doet ons heel veel goed.
‘S avonds zijn we weer uitgerust en gedoucht. Maar bij de gate wacht ons een volgende verrassing. Blijkbaar staat onze baggage, de twee rugtassen waaruit we al 5 maanden leven en die feitelijk onze woning zijn, nog steeds in Newark en is het niet gelukt om deze op onze vlucht te krijgen. Bij vertrek hadden we dit aan de gate nog uitdrukkelijk gevraagd en werd bevestigd dat ze aan boord waren. Wat nu?
We vragen om hulp maar niemand lijkt ons te kunnen helpen. De medewerker van Lufthansa suggereert dat we een lost-luggage claim indienen. We hebben nog een kwartier voor we moeten boarden. Snel halen we de laptop tevoorschijn en beginnen met invullen. Maar weer klopt er iets niet. De nummer behorend bij de aanvraag in het digitale systeem komt voor Marie-Laure’s tas niet overeen. Het is anders dan het nummer wat we bij het inchecken hebben gekregen. Wat een puinhoop. Omdat er geen mogelijkheid is om iets in het platform te wijzigen, dienen we beide aanvragen toch in maar vermelden we het juiste tagnummer bij de aanvraag van Marie-Laure.
Als we door de slurf naar het vliegtuig lopen, gaat de telefoon. Customer service van Lufthansa aan de lijn. Een vrouw met een sterk Duits accent legt ons uit dat we nog geen lost-luggage claim in kunnen dienen omdat we nog niet op de eindbestemming, Johannesburg, zijn aangekomen. Pas als we daar constateren dat onze bagage er niet is kunnen we een verzoek doen. Marie-Laure verliest haar geduld en begint de situatie uit te leggen: Dat we maar 2 uur overstaptijd hebben in Johannesburg en geen tijd om daar een claim in te dienen. Dat onze bagage vrijwel zeker nog op het vliegveld van Newark staat en dat onze eindbestemming niet Johannesburg maar Windhoek is van waaruit we in vier weken het land doorreizen. Maar de vrouw geeft geen krimp en herhaalt wat ze al gezegd heeft. Ze zegt zelfs dat Marie-Laure degene is met een verkeerd bagage nummer. Het is niet te geloven. Nu verliest Marie-Laure haar zelfbeheersing. Twee Zuid-Afrikanen die vlak voor ons aan boord gaan lijken de manier waarop ze de vrouw aan de telefoon op haar plaats zet, te waarderen. Maar grappig is dit allerminst. We staan inmiddels bij de deur van het vliegtuig. De crew vraagt ons aan boord te gaan en we moeten ophangen en ons proberen te kalmeren. Marie-Laure krijgt een glas champagne in haar hand gedrukt om haar hierbij te helpen. Ze kookt van woede over het gebrek aan begrip en over de machinale manier waarop met mensen wordt omgegaan.
Weer volgt een slapeloze nacht in het vliegtuig terwijl we ons afvragen hoe we het de volgende ochtend in hemelsnaam gaan oplossen. We moeten eigenlijk in Johannesburg een baggage claim indienen. Maar we hebben al een dag vertraging opgelopen, en als we onze vlucht naar Windhoek missen worden dat zeker drie dagen vertraging. Dan moet ons reisschema in Namibië helemaal op de schop. Gelukkig worden we als we in Johannesburg het vliegtuig uitkomen geholpen door een grondsteward die ons op tijd op de vlucht naar Windhoek krijgt. Maar onze baggage is foetsie.
Later die middag, het is inmiddels zaterdag, lopen we in Windhoek het vliegveld uit. Hier geen Afrikaanse taferelen. Geen taxichauffeurs die aan je arm trekken, intimiderende bagagedragers of schreeuwende SIM-kaart verkopers. Namibië is heel anders dan al die andere Afrikaanse landen die ik ken uit mijn afstudeertijd toen ik 6 maanden in Kenya woonde, of van de jaren toen ik regelmatig voor projecten in Afrika was. Met Marie-Laure zijn we in 2000 door Oeganda en in 2006 door Madagascar gereisd, maar ook dat is niet te vergelijken. Een serene rust, een vredig zonnetje, een verlaten parkeerterrein, alleen een paar vertegenwoordigers van reisorganisaties die hun gasten opvangen. De mensen op het vliegveld zijn vriendelijk en behulpzaam. We laten ons door onze chauffeur naar het guesthouse rijden in Windhoek. Bij de kruispunten verlenen de auto’s elkaar netjes voorrang! Binnen de kortste keren liggen Marie-Laure en de kinderen te slapen, uitgeput als ze zijn van de afgelopen dagen. Zelf houd ik met moeite mijn ogen open.







Vandaag is het zondag. Gisterenavond heb ik onze 4×4 opgehaald die de komende weken als ons huis zal fungeren. Deze keer slapen we allemaal op het dak, in twee daktenten hoog boven de savanne. Als eerste rijden we langs het winkelcentrum in Windhoek. Niemand kon ons deze ochtend vertellen waar onze bagage was, dus we slaan het nodige in: Ondergoed, korte broeken en T-shirts, een warme jas voor de avonden, een zwembroek en een zwempak voor de kinderen en 4 paar teenslippers. Dat is ongeveer alles waar we het mee moeten doen de komende dagen. Gelukkig hadden we onze laptop, Ipad en E-readers, en het huiswerk van de kinderen in onze handbagage zitten. Maar de opladers en adaptors zaten in de rugzakken, dus er moeten ook wat kabels bijgekocht worden.
Sinds het begin van de reis, hebben we geen grote tegenslagen gehad. Maar het lijkt erop dat we Namibië moeten verdienen. Eerst was het plan om al in januari te komen, maar toen gooide de Omikron-variant roet in het eten. Omdat we Namibië niet wilden opgeven besloten we deze bestemming uit te stellen tot aan het laatste deel van onze reis. En nu dit weer. Het is frustrerend en we hadden onze reis in dit prachtige land graag op een wat serenere manier begonnen.
Vanavond rond de paraffine lamp op tafel beseffen we eindelijk dat we in Afrika zijn aangekomen, de laatste etappe van onze reis en waarschijnlijk de mooiste. Wij moeten alle tegenslag van de laatste dagen verteren, ook al laten zij een bittere smaak achter, en blijven hopen dat we onze bagage spoedig zullen vinden.
De volgende ochtend is iedereen uitgerust. De laatste paar dagen zijn zo zwaar geweest dat ze de scherpe randjes van onze jetlag hebben afgehaald. We worden wakker voordat de zon opkomt. Het is herfst in Namibië. ‘S nachts is het koel, ‘s ochtends vroeg kleurt het blonde gras van de savanne donkergeel onder de eerste zonnestralen, beginnen de vogels te zingen en graast een struisvogel rustig in de buurt van onze tent. Blijkbaar heeft de neushoorn vannacht de campsite bezocht en zijn sporen achtergelaten in het rode zand van de Kalahari. Wat een geluk hebben we toch.
Nog een paar weken en dit alles zal een herinnering zijn. Nu is het tijd om te genieten.
