Wat zal ik zeggen….Het zit erop!
Het is dag 179 van onze reis en we zijn terug in Windhoek. Voor de laatste paar dagen zijn we ingecheckt in een hotel in afwachting van onze vlucht terug naar huis. De kinderen springen op het bed, spelen met hun knuffels en liggen even later languit tekenfilms te kijken voor het televisiescherm. De hotelkamer ligt vol met spullen. We vragen ons af hoe we dit allemaal weer terug in onze tassen gaan krijgen. Het goede nieuws is dat de bagage van Marie-Laure is teruggevonden en dat we die bij aankomst in Amsterdam op kunnen halen. Morgenochtend brengen we de huurauto terug en dan worden we weer naar het vliegveld gebracht voor onze vlucht naar Johannesburg en uiteindelijk naar Amsterdam.
Het is een gek gevoel, zowel voor ons als voor de kinderen. We wisten dat het einde van de reis eraan kwam en dat gaat dan automatisch tussen je oren zitten. De kinderen hadden het er de laatste paar weken steeds vaker over. Ze hebben zin om hun klasgenootjes, vriendjes en vriendinnetjes weer te zien. Ongemerkt telden ze af naar de datum dat we weer naar huis gaan. Voor Marie-Laure en mij was dat anders. Wij weten wat ons in Nederland weer te wachten staat, en zouden deze reis graag nog even voortzetten. Maar we kunnen het niet veranderen. Aan alles komt een einde en het einde dat is nu.
Onze laatste week in Namibië was mooi, maar koud. We zagen het gelukkig al een beetje aankomen. Toen we nog in Etosha waren werd al gewaarschuwd voor vorst in de nacht. Ook het weerbericht liet zien dat het kwik de hele week ‘s nachts tot min 4 of min 5 zou zakken. We treffen de nodige voorzorgsmaatregelen: extra thermische dekens, extra lagen kleding over onze pyama’s, flessen met warm water voor in bed. Maar dit helpt maar deels. Al snel hebben Marie-Laure en ik een behoorlijke verkoudheid te pakken. Ook Anna klaagt over hoofdpijn en buikpijn. Alleen Arthur heeft nergens last van.
We moeten een beslissing nemen. De laatste week van onze reis koukleumen in onze daktent, of toch een warmer onderkomen zoeken. We kiezen voor het laatste en als we op Waterberg Plateau aankomen laten we ons omboeken in twee lodges. Deze lodges zijn basic maar toch een stuk comfortabeler en warmer dan onze daktent. We hebben douches met water dat door middel van een open vuurtje onder de watertank wordt opgewarmd. ‘S nachts komt de kou door de kieren in de vloer en door de wanden van tentstof naar binnen. We kruipen diep weg onder de dekens. ‘S ochtends, in de open ontbijtzaal met uitzicht over de vallei, ontbijten we naast de centrale vuurplek terwijl de vallei langzaam opgloeit onder de opkomende zon. Het personeel heeft ook last van de kou. Op een kluitje staan ze rondom de oven om te proberen een beetje op te warmen. Ze vertellen ons dat het de koudste week in Namibië is in de afgelopen drie jaar. Zodra de zon weer boven de bergen verschijnt, warmt het op en overdags is het weer gewoon 25 graden. Een klimaat van extremen in deze tijd van het jaar.



Onderweg naar onze volgende bestemming zien we op een verkeersbord langs de weg in de buurt van Grootfontein de naam staan van het plaatsje METEORITE. Een snelle blik in op de kaart leert ons dat hier 80 duizend jaar geleden de grootste meteoriet ooit is ingeslagen, en er nog gewoon bij ligt als toen. Dat moeten we zien. We draaien om en nemen de afslag. De kinderen zijn altijd gefascineerd geweest door sterren, planeten en meteorieten. Als we bij de site aankomen zien we hem meteen liggen, de Hoba Meteorite, een hele grote klomp gesteente voor bijna 90% bestaande uit ijzer, de rest is nickel en kobalt. 60 ton weegt het geheel, twee keer meer dan de andere nog intact zijnde meteorieten die op ander plekken op de wereld neergekomen zijn. De kinderen vinden het fascinerend. Het idee dat deze klomp afkomstig is uit de ruimte en zo anders is dan al het andere gesteente hier.
‘S avonds komen we aan in het laatste wildreservaat van onze reis: Okonjima Wild Reserve. Dit reservaat van 22 duizend hectare wordt beheerd door de Africat Foundation, een stichting die ontheemde katachtigen zoals luipaarden en cheetahs een veilig onderkomen biedt en voorbereid op een terugkeer in de natuur. Onze lodge is belachelijk luxe, met twee grote slaapkamers, een gigantische badkamer, king-size bedden en een terras. De kinderen springen een gat in de lucht als ze binnen komen: “Jaaaaah, kijk we hebben allemaal een tweepersoonsbed! En je kunt de dieren vanuit je bed zo zien lopen’’. Ik frons mijn wenkbrauwen een beetje. Dit is de zoveelste overschrijding van ons reisbudget die de afgelopen weken toch al behoorlijk in de rode cijfers begint te lopen, maar we hebben weinig keus. We lopen allemaal te hoesten en te kuchen dus buiten slapen is geen optie meer. En andere type lodges heeft dit reservaat niet. Onze lodge kijkt uit over de savanne en we krijgen regelmatig bezoek van wilde dieren die grazend voor onze ramen langslopen. Een moeder wrattenzwijn en haar kroost liggen tegen de muur van ons terras te genieten van de ondergaande zon.




De volgende dag gaan we samen met onze gids Matthew op zoek naar luipaarden. De dieren leven in een omheind reservaat en de meeste van hen dragen zenders. Met een antenne kan hij ze vinden, al is daar wel wat tijd voor nodig. Hij licht toe wat de bedoeling is en geeft ons instructies, waarvan de belangrijkste is om altijd in de auto te blijven. Ook al is dit een reservaat, we hebben te maken met echte roofdieren. Als we tien minuten later door de gate het omheinde deel van het park inrijden, en Matthew even uitstapt om het hek terug dicht te doen, vraagt Arthur ondeugend: ‘’Wie gaat er rijden als onze gids nu wordt opgegeten?’’. We glimlachen. Later legt Matthew uit dat hij als onderzoeker al jaren in het park werkt en de dieren bijna allemaal kent. En zij hem.
Het duurt ongeveer een half uur voordat hij een voldoende sterk signaal opvangt en nog een half uur voordat we een luipaard vinden. Het is een vrouwtje en ze is aan het jagen. Niet rennend zoals vele andere katachtigen, maar sluipend, kruipend en wachtend tot één van de springboks in de kudde waarop zij loert dichtbij genoeg komt om hem te kunnen bespringen. Zij laat zich absoluut niet door ons afleiden en wij slaan het tafereel vanuit de auto van een kleine afstand gade. Terwijl het moment suprême nadert zie ik Arthur een beetje beginnen te schuiven op zijn stoel. Hij knijpt zijn ogen dicht en grijpt met zijn hand in zijn broek. Het is overduidelijk. ‘’Ik moet plassen?’’, fluistert hij me toe. “Nu?’’, vraag ik hem. ‘’Ja, nu. Ik denk dat ik teveel thee heb gedronken’’. De fles die Matthew hem met een glimlach aanreikt slaat hij af dus er zit niet anders op. Langzaam rijdt Matthew 50 meter verder en opent, na een snelle blik in alle richtingen, de deur zodat Arthur uit kan stappen. Vijftien minuten later, nadat zij de jacht heeft opgegeven, komt het luipaard ook langs deze plek en ruikt aan de ‘sporen’’. Wat voor dier is dat die mijn territorium is binnengedrongen?, vraagt zij zich ongetwijfeld af. Na er nog een plas overheen te hebben gedaan vervolgt zij haar weg. We volgen haar nog een tijdje voordat ze op een rode termietenheuvel klimt en ons dichtbij genoeg laat komen om haar recht in de ogen te kunnen kijken. De zon zakt langzaam naar de horizon, het gele steppegras wuift zachtjes heen en weer en er heerst een absolute stilte. Wederom een onvergetelijk moment. Wat een prachtig beest en wat een bijzondere afsluiting van onze safari in het noorden van Namibië.








Nu zijn we dus weer in Windhoek. Om een beter beeld te krijgen van de hoofdstad en van de omstandigheden waarin een groot deel van de bevolking leeft, hebben we vandaag het township Katutura, de grootste sloppenwijk van Windhoek, bezocht. Onze gids Nathan brengt ons naar een plaatselijke markt en we proeven ‘kalpana’ (kleine reepjes gegrild vlees van de barbeque) met een ‘vetbol’, wat wij een oliebol zouden noemen. Daarna sluiten we onze reis af in een ‘shabin’, een lokale kroeg met keiharde muziek uit een geïmproviseerde jukebox, een pooltafel en een getraliede toog waar je uitsluitend bier in literflessen kunt bestellen. De lokale bevolking die wat verrast lijkt als we binnen komen, komt al gauw een praatje maken en de kinderen geven iedereen een high-five. Totsiens, byebye klinkt het als we uiteindelijk afscheid nemen.






Nu is onze reis helemaal af. Ik zou nog heel veel willen vertellen, maar het boek is uit. Het was een bijzonder avontuur. Een avontuur waarvan we zo blij zijn dat we het aangegaan zijn, ondanks alle ‘beren op de weg’, alle moeilijkheden en risico’s die deze reis met zich meebracht.
Onze droom is uitgekomen. Met het gezin rond de wereld in 180 dagen ! En dat niet alleen, we hebben van iedere dag, van ieder uur, van iedere minuut, van iedere seconde genoten. Het was een voorrecht, een levenservaring die ons voor altijd bijblijft. Check!
Het is voorbij. Ik kan er niks anders van maken.
