We zijn onderweg!
Amerika! Land van onbegrensde mogelijkheden. Land van de American Dream. Een land waarvan de cultuur veel lijkt op die van ons Europeanen. Dachten we. Maar Amerika is ook een land van enorme contrasten. Nu, na twee weken beginnen we de Amerikanen een beetje te begrijpen.
Met onze camper hebben we de afgelopen twee weken zo’n twee duizend kilometer afgelegd door het droge, dorre maar spectaculair mooie zuidwesten van de Verenigde Staten. We zijn begonnen in Los Angeles en zijn via Big Bear Lake naar Joshua Tree National Park gereden. Daarna via de magische en historische Route 66 naar de Grand Canyon en vervolgens naar Lake Powell in Arizona. Sinds gisteren zijn we in Zion National Park in Utah.






‘’Kunnen we vanavond marshmallows roosteren?’’, zegt Arthur. Op de meeste plaatsen waar we komen overnachten we in natuurparken, op campsites in het bos of op public lands. Grote, open stukken overheidsland waar je voor niks mag staan, mits je een plekje kunt bemachtigen. Aan ruimte geen gebrek in Amerika. We sprokkelen wat hout bij elkaar, steken een kampvuur aan, maken ons eten klaar op de barbeque en genieten van de heldere sterrenhemels.
Onze camper is lekker groot. Alles zit erin, twee tweepersoonsbedden, keuken, toilet, (een lekkende) douche, een generator om stroom op te wekken, een grote watertank en een hele grote benzinetank. De mythe van spotgoedkope benzine is snel om zeep geholpen. Het is nog steeds goedkoper dan in Europa, maar als je hem vol moet gooien schrik je toch wel even bij de kassa. ‘’Papa, moet je nou alweer tanken?’’, vraagt Arthur dan weer. Om vervolgens uit het raam te kijken naar het spektakel bij de pomp.
Vorige week, langs de Interstate 10 in Californië staat er aan de tank naast ons een hele groep ‘bikers’, met ronkende Harley Davidsons, leren jacks, getatoeerde armen en wilde baarden. Ik heb tijd om ervan te genieten terwijl de meter van mijn pomp langzaam naar de 35 gallons (ongeveer 150 liter) kruipt. Arthur hangt uit het raampje te kijken en krijgt van de ene na de andere biker een knipoog of een duim. ‘’Wat een herrie, zeg’’, zegt jij als ik de motor weer start.
Bij het wegrijden zien wij bij de oprit van de Interstate een aantal wegnomaden naast hun auto staan, in de volle zon met een kartonnen bordje waarop staat: ‘NEED GAS’’. Hoe is het mogelijk dat je een auto hebt en rijdt totdat je tank leeg is zonder dat je geld hebt om hem te vullen?
‘’Where are you from?’’, is de tweede vraag die iedereen je hier stelt. Nadat ze je gevraagd hebben hoe het met je gaat. Amerikanen weten van elkaar graag waar ze vandaan komen. Dit opent vervolgens een heel palet aan nieuwe gespreksonderwerpen. ‘’Oh, Europe. What are you doing here?. En na een korte en beleefde conversatie eindigt het met altijd met: ‘’Ok. Nice meeting you. Have a good one!’’. Het is een veelzeggende uitdrukking. Have a good one! Geen have a nice day, maar have a good one. Amerikanen zijn supersociaal, relaxed, maar tegelijkertijd hebben ze ook een bepaalde gereserveerdheid en willen ze zich niet opdringen.
Soms wijken we voor onze overnachting uit naar RV-parks, voor ‘’recreation vehicles’’. Grote grindvlaktes langs doorgaande wegen met slechts enkele struiken of bomen ter beschutting, waar je voor een dollar of veertig de nacht kunt doorbrengen met water en stroom. Deze RV-parks staan vol met oversized RV’s en zelfs touringcars, van alle gemakken voorzien, waarin de welgestelde pensionado’s de helft van het jaar de zon achterna reizen. Dit zijn de lucky ones. Maar voor veel Amerikanen is hun auto of hun bus de enige vorm van onderdak geworden.
Toen we vorige week vanuit Joshua Tree langs Needles over de Route 66 naar Williams reden, een mythische weg vol met historische lading, kwamen we overal achtergelaten campers en bussen tegen. De restanten van een nomadenleven. We vragen ons af wie hierin woonde en wat er gebeurd is. In de zon staan ze met ingegooide ruiten langs de kant van de weg of in de woestijn weg te roesten.
Colorado City, 13 in een dozijn stadje op de grens van Arizona en Utah. De Main Street bestaat hier allang niet meer. Slechts een paar winkels vind je er nog. Veel huizen zijn in een erbarmelijke staat. Je ziet niemand op straat. Je vraagt je af af wat de mensen die hier wonen doen. Geen gras, rondvliegend stof.
We brengen de nacht door op ‘’Land Beyond Zion’, de mini-campsite van Shanti. Een stuk dor land van ongeveer 1 hectare met in de verte uitzicht op de bruin-rode rotsformaties van het Zion National Park. We zijn in ‘Trumpy county’, zegt de energieke en goedlachse Shanti met enige spot. Shanti heeft pas 6 maanden haar vergunning binnen en is nog volop aan het bouwen. Haar zoon Mason rent rond over het terrein en is blij dat hij met Anna en Arthur eindelijk twee speelkameraadjes heeft. De hond Elton rent achter ze aan. De basisvoorzieningen zijn klaar maar voor de rest is het allemaal nog een gezellige rommel. Achter op het terrein staan twee fel gekeurde bussen. Oude schoolbussen, die je in Amerika veel ziet rijden, maar die overgespoten zijn in felle, hippy-achtige kleuren. Serenity Blue en Otis staat er voorop.






Het ideaal van Shanti is een kleinschalige community camp site. En daarin is ze geslaagd. Terwijl Anna, Arthur en Mason de waterslang hebben gevonden en binnen de kortste keren helemaal onder de modder zitten, legt Shanti me haar project uit. Het is samen te vatten in het motto: ‘’We’re all in this together’’. Kortom, iedereen draagt een eigen stukje verantwoordelijkheid om van de plek een gezellige en aangename plek te maken. De keuken in de buitenlucht is de centrale ontmoetingsplek waar iedereen zijn eten komt klaarmaken of een kop koffie kan pakken. ‘S avonds wordt er na het avondeten bij een kampvuur nog even gezellig gekletst, en de volgende ochtend ontbijten we samen aan een grote tafel. Alles mag, niks hoeft.
We maken kennis met Marie-Paule en later ook met Chelsea die allebei een aantal dagen geleden zijn aangekomen en nog niet precies weten hoe lang ze blijven. Chelsea is een jonge vrouw die alleen woont met haar hond. Ze komt uit San Francisco, is zelfstandige en heeft van tijd tot tijd nog opdrachten. Ze slaat ‘s ochtends haar laptop open en gaat aan de slag. Marie-Paule is over de zestig en leeft ook alleen in haar bus. Ze komt uit Denver, is kunstenares en leeft van de mozaïeken die ze maakt. Allebei konden ze geen betaalbare woning meer vinden en hebben ze gekozen voor een ander leven. Otis en Senenity Blue zijn voor beiden hun thuis.
Marie-Paule vertelt ons haar verhaal. Ze is geboren in Brussel, waar haar moeder en zussen nog steeds wonen maar zij leeft al bijna haar hele leven in Colorado. Ze heeft vier kinderen en vijf kleinkinderen die al allemaal op zichzelf wonen. Ze mag komen logeren wanneer ze maar wil. Maar ze leeft in haar bus en trekt van plek naar plek. Ze maakt onderweg vrienden, ze ontmoet mensen en herontdekt de Amerikaanse natuur. Ze geeft toe dat ze het moeilijk zou vinden om weer in een huis te wonen. We krijgen goede tips over de omgeving, mooie plekken die ze de afgelopen jaren heeft ontdekt en de internetsites waarop vrouwen kampeerplekken kunnen vinden. Daar heeft ze de mini-campsite van Shanti gevonden.
Amerikanen voelen zich van nature onderdeel van een gemeenschap, de community. Zo is ook een gemeenschap van nomaden ontstaan, zij het uit vrije wil of uit noodzaak. Ze hebben hun eigen websites, delen informatie over parkeren in de stad, gratis douchen, en gratis overnachtingsplaatsen. Het zijn kunstenaars, vrije zielen op zoek naar ruimte en onafhankelijkheid en gepensioneerden op zoek naar de zon, die alleen nog hun bus hebben en net als ons dromen van het buitenleven.



We prijzen ons gelukkig twee maanden tot deze gemeenschap van nomaden te behoren. Met elke dag nieuwe ontmoetingen en interessante gesprekken.
We are all in this together! Onderweg ben je nooit alleen.
