Bij toeval ben ik begonnen in het boek Desert Solitaire van de Amerikaanse schrijver-avonturier Edward Abbey toen we door Oman reisden. Een klassieker in de Amerikaanse literatuur en een van de mooiste getuigenissen van een eenzaam leven in de West-Amerikaanse wildernis. De schoonheid en de precisie waarmee Abbey de woestijn beschrijft hebben me gegrepen en nu zijn we er dan eindelijk.
Het zuidwesten van Amerika is verbluffend mooi. Wilde dorre vlaktes, woestijn afgewisseld met besneeuwde toppen, het landschap is een milles-feuille van gekleurde zandsteenrotsen met tot aan de horizon niets dan ‘’mesas’’, ‘’hoodoos’’, ‘’spires’’, ‘’canyons’’ en ‘’terrasses’’…. Nieuwe woorden en uitdrukkingen die ik heb geleerd van Abbey en maar ik me nu pas een beeld bij kan vormen. De beschrijving van het landschap door Abbey is als een oproep, een gedicht. Ik wil niet eens proberen om de schoonheid, de onmetelijkheid, de kwetsbaarheid van de woestijn te beschrijven zoals hij heeft gedaan.
Het eerste park wat we bezoeken is Joshua Tree. Haar unieke woestijnvegetatie met de typische Joshua Trees, cactussen, yuccas en agaves laat een behoorlijke indruk achter. Daarna rijden we door we naar de Grand Canyon. Vanaf de South Rim, op zo’n 1750 meter hoogte gelegen, is het uitzicht in de canyon duizelingwekkend met diep beneden ons de machtige Colorado rivier die dit de afgelopen 7 miljoen jaar allemaal heeft bewerkstelligd. Wow! We staan versteld van dit schouwspel van de natuur. Maar er is nog veel meer.
Lake Powell en zijn ondergelopen canyons, Zion is een oase ingeklemd tussen hoge rotswanden in de kleuren grijs, wit en oker waar iedere cowboy van wegdroomt, Bryce en zijn totems van rode zandsteen opgetrokken als een stenen bos, Kodachrome en zijn rode zandstenen spitsen, Grand Staircase-Escalante met zijn steeds smaller wordende canyons – Peek-A-Boo en vooral Spooky Canyon – waar we ons doorheen wringen in de hoop dat het allemaal net past, Capitol Reef met zijn petrogliefen in de wanden van enorme mesa’s die ons klein doen voelen, Natural Bridges en zijn natuurlijke bruggen gevormd door snelstromende rivieren, Monument Valley met zijn iconische monumenten midden in Navajo territorium en tenslotte, het land van Abbey zelf, het land van de canyons, Canyonlands en Arches.
Drie weken lang zwerven we met onze camper in alle richtingen door de staten Arizona en Utah om maar zoveel mogelijk van deze schoonheid te kunnen zien. Onderweg dromen we uren en uren weg terwijl de landschappen aan ons voorbij trekken. Kaarsrechte wegen die aan de horizon verdwijnen met daarboven witte stapelwolken.



‘’Gaan we weer langs bij de ranger?’’, vragen de kinderen als eerste als we bij een park aankomen. Ze zijn geïntigreerd door de rangers, de parkwachters die verantwoordelijk zijn voor het behoud en de bescherming van het park. We bestoken de ranger met vragen: Wat moeten we niet missen? Welke wandelingen zijn geschikt voor kinderen? Zijn er nog gevaren waar we rekening mee moeten houden? De wandelingen zijn het mooist. Anna en Arthur zijn echte klauteraars. Ze wandelen kilometers en kilometers over de paden, zoeken de stenen ‘markers’ die ons de juiste richting op wijzen en leven zich uit op en tussen de rotsen. Sommige parken zijn net als een uitgestrekte speeltuin.
Anna en Arthur zijn nu Junior Rangers! Zij dragen met trots de junior ranger badge die zij in Canyonlands en Arches hebben gekregen. Ze hebben zelfs een eed afgelegd aan de ranger om de nationale parken te beschermen. Iedere keer voordat we op pad gaan lopen ze de lijst door met dingen die we niet moeten vergeten in onze rugzak. Water (minstens een liter per persoon), zonnebril, petje tegen de warmte, zonnebrandcrème, extra laag kleding, kaart, verrekijker, kompas en voldoende eten, liefst fruit en gezoute snacks. En heel belangrijk, een actuele weersvoorspelling voor vertrek om rekening te kunnen houden met veranderende weersomstandigheden.



Wij zoeken naar uitdagende wandelingen van een halve of soms een hele dag. Maar in de Amerikaanse parken kun je het jezelf zo moeilijk of makkelijk maken als je zelf wilt. Grote delen van de parken zijn voorzien van wegen zodat je als bezoeker met de auto bijna overal kunt komen en vanaf de parkeerplaats van het spektakel kunt genieten. Of er is een shuttle service die je er heen brengt. Veel mensen nemen nauwelijks meer de moeite om hun auto uit te komen, laat staan zich op de paden te begeven.
Abbey zou zich omdraaien in zijn graf als hij dit zag. In zijn boek houdt hij een pleidooi voor het autovrij houden van de parken, opdat ze niet ten prooi vallen aan massa toerisme : ‘’Kom uit jullie auto’s!’’, zou Abbey waarschijnlijk tegen hen hebben geschreeuwd.
Natuurlijk zijn niet alle Amerikanen zo. We komen ook de wildernis freaks tegen die onder de sterren slapen, die afdalen in de ingewanden van de canyons om de rauwe, wilde natuur aan te raken. Vandaag zijn we in Arches en waait het hard. Het zand stuift op en op sommige richels moet je je goed vasthouden, soms zelfs knielen om niet omvergewaaid te worden. Zomaar ergens midden in het park, verschijnt een man, bergschoenen, geschaafde benen onder zijn korte broek, T-shirt waaronder de spierbundels zichtbaar zijn, zonnebril en petje, met zijn 4 jaar oude dochter in een draagrugzak. Hij hijst haar uit een kloof. “We made it!”, zegt hij tegen haar. Hij laat het pad zien waarlangs zij gekomen zijn. ‘’Daar beneden is Black Cave en nog verder naar beneden Finn Canyon’’. Hij lijkt compleet gestoord. Als we even later het rotsachtige terrein afdalen op weg terug naar de parkeerplaats komt hij al rennend voorbij stuiven, springend van steen naar steen, zijn dochter giechelend en dansend in de draagzak op zijn rug. Diezelfde dag ontmoeten we Kayvon, die we twee dagen eerder in Canyonlands al hadden ontmoet waar hij zijn tent had opgezet op een vlak stukje terrein boven de canyon. Samen genoten we een half uur van het uitzicht, terwijl hij zijn avondeten bereidde en opat. Nu komen we hem weer tegen. Deze keer heeft hij de nacht doorgebracht in een smalle canyon midden in het park om naar de sterren te kunnen kijken. Hij is een natuurliefhebber en amateur-avonturier, op zoek naar precies datgene wat Abbey in zijn boek beschrijft.
Overnachten in de nationale parken is moeilijk omdat de meeste campings al maanden van tevoren volgeboekt zijn. Maar soms hebben we geluk, lukt het ons een plek te reserveren en slapen we midden in de natuur. Vanavond slapen we op Devils Garden campground in Arches. We roosteren marshmallows rond het kampvuur en proberen de weinige sterren die we kennen te vinden. Maar het zijn er teveel. We zijn verloren.






We worden vaak tegengehouden door nieuwsgierigen die ons horen praten. Dat eigenaardige mengsel van Frans en Nederlands dat wij zelf gekscherend ‘’frutch’’ noemen. “Waar kom je vandaan? “Welke parken heb je bezocht?” We wisselen tips uit en we vinden zo weer nieuwe wandelingen. Maar als gevolg daarvan wordt de lijst van parken die we bezoeken langer en langer. Grand Staircase Escalante, Kodachrome, Canyonlands…
En dan nog zijn er heel veel parken die we niet hebben bezocht. Te ver weg, niet op onze route …. “It’s all about choices”, zeggen we vaak. Je kunt niet alles zien. We proberen de schoonheid van de parken die we wel bezoeken echt te beleven, bijvoorbeeld te paard zoals we in Kodachrome hebben gedaan.
“What is your favorite parc?’’, wordt ons gevraagd. ‘’Joshua Tree” zegt Jurgen, “Bryce” zegt Arthur en voor mij en Anna is het Grand Staircase-Escalante. Iedereen heeft zijn favoriet. Zijn eigen idee van het wilde westen, van de woestijn, van de rauwe schoonheid. Eindelijk begrijp ik de woorden van Abbey. Het is onmogelijk de woestijn te beschrijven zoals het onmogelijk is voor een visser om de hele zee in zijn net te vangen. We hebben al zoveel parken, woestijnen, rotsen, canyons gezien. Onze camper zit vol met rood woestijnzand. Een fijn zand dat overal in kruipt. We zijn nog geen ratelslangen tegengekomen, maar we weten dat ze er zijn, net als de Amerikaanse woestijnleeuwen, cougars, waarvan we de sporen zien in de buurt van onze camping in Arches.
Het is tijd om verder te reizen naar het noorden om andere landschappen te ontdekken. Voordat we uit Arches vertrekken kiezen de kinderen een mascotte uit voor de rest van de reis. Een zwarte beer in de de vorm van een rugzak. Net als alle andere knuffels moet er een naam voor hem gevonden worden. We noemen hem…
Abbey!
