Waar het land de zee ontmoet

Traag klimt onze camper naar boven. Iedere keer als het weer wat steiler wordt schakelt hij terug en giert de motor het uit. Het duurt niet lang meer voor de zon opkomt. Voor ons doemt de poedersneeuw alweer op. Vlak voor de top rijden we een sneeuwstorm in en als we helemaal boven zijn is het zicht nog geen 50 meter. Gelukkig is de weg sneeuwvrij gemaakt want sneeuwkettingen hebben we niet bij. 

We zijn op weg terug naar het westen en we hebben een lange weg voor de boeg. Vanuit Helena, de hoofdstad van de staat Montana, hebben we ongeveer 1000 kilometer te gaan tot aan Astoria, gelegen aan de Stille Oceaan op de grens van de staten Oregon en Washington. Twee bergketens moeten we over, eerst de Rocky Mountains en daarna de Cascades. Die ochtend zijn we voor dag en dauw opgestaan om te gaan rijden. De kinderen liggen lekker te slapen op de banken achter ons en we hebben een flinke thermoskan met koffie waar we de komende uren mee vooruit kunnen. 

De camper doet zijn werk zonder tegen te stribbelen. We hebben in totaal 4500 mijl (ongeveer 7000 kilometer) afgelegd in 6 weken, 12 nationale parken bezocht en dan reken ik de nationale monumenten en de state parks zoals Monument Valley en Lake Powell nog niet mee. De hitte, de kou, de regen, de zandstormen en zelfs de sneeuw, hij heeft het allemaal getrotseerd. Uiteindelijk bereiken we de besneeuwde top en volgt de afdaling naar de vallei. We rijden uren door uitgestrekte bossen en heuvelachtige steppen, een lang lint van slingerende wegen waar geen einde aan lijkt te komen. Langzaam dwalen mijn gedachten af naar de herinneringen van de afgelopen maanden die zich opstapelen. 

Als in een film projecteer ik in mijn hoofd de gezichten van de mensen die ik tijdens deze reis heb ontmoet: Abdullah, Wafa, Abed, Benny, Toot en Nary en nog zoveel anderen waarvan we de naam niet altijd kennen maar die we ons nog heel lang zullen herinneren. In mijn gedachten ga ik terug naar alle magische plaatsen waar die voor altijd in mijn geheugen gegrift staan. De Jumbo Rocks van Joshua Tree, het okerrode zand van Monument Valley, de bogen van Arches, de vergezichten, de bizons van Yellowstone, de stranden van Cambodja en Sri Lanka, de woestijnen van Oman, Jordanië en Utah. Alles vermengt en herschikt zich in mijn hoofd. Ik realiseer me nu eindelijk waarom ik deze reis maak. We zijn rijk geworden. We zullen voor altijd terug kunnen zoeken in dit oneindige archief van ervaringen, beelden, indrukken, ontmoetingen en gevoelens. We hebben veel geleerd over anderen maar ook over onszelf. 

Spokane, Washington. Het is één uur ’s middags en het regent. We stoppen in de tweede grootste stad van de staat Washington om te lunchen. Het is zaterdagmiddag dus weekend. Maar de gebouwen en kantoren zijn verlaten. De straten zijn bijna leeg. We krijgen een ongemakkelijk gevoel. De enige mensen die we op straat tegenkomen zijn junkies, daklozen en een heleboel jongeren die doelloos op de hoek van een blok of in een portiek hangen. Overal beveiligers. Dit is geen stad waar je nog even voor je plezier een rondje gaat wandelen. Na de lunch stappen we in en rijden we verder. We hebben gehoord dat ze in het zuiden van Washington goede wijn maken. Dat moeten we zien. 

Het landschap tussen de Rocky Mountains en de Cascades, de laatste bergketen voor de Stille Oceaan is monotoon en leeg. Uren en uren zien we alleen maar velden met graan of gras. Geen dorpen. Geen bomen. Geen leven. Alleen de Interstate. We kennen dit van de lege vlakten in Arizona en Utah, alleen is hier alles groen en grijs. Niet geel en oranje. De wind is opgestoken en voortdurende felle windvlagen laten onze camper van links naar rechts slingeren zonder dat we er veel aan kunnen doen. Als we er genoeg van hebben nemen we een afrit en rijden we verder over de kleinere wegen. 3 uur verder naar het westen aan de voet van de Southern Cascades wordt het landschap weer diverser. Appelboomgaarden, wijnranken en, opvallend genoeg, velden en velden met hop die langs lange houten palen groeien. Navraag leert dat Washington 90% van de wereldwijde hopproductie voortbrengt. Geen wonder dat er hier zoveel bier wordt gedronken.

Als de dag op zijn einde loopt rijden we het plaatsje Yakima binnen en gaan we op zoek naar een camping. Dit is zo’n dag dat het tegen zit. Alle campings die we bellen zijn vol. Tenslotte blijkt er op een camping 40 kilometer verder de bergen in nog één plaats vrij te zijn. Een half uur later worden we op Elk Ridge Campground verwelkomd door Tim, de eigenaar. Brede lach, cowboylaarzen, cowboyhoed, sleutelbos aan zijn riem en volop in de weer. Deze kleine maar gezellige camping die stampvol staat met ‘locals’’ blijkt zijn speelterrein te zijn. Midden op de camping brandt een gigantisch kampvuur. Nog voordat we op onze plek staan richt hij zich tot de kinderen: ‘’Hebben jullie zin om vanavond een film te kijken?’’. Een kwartier later genieten Anna en Arthur samen met alle andere kinderen van de camping met popcorn en appelsap van Ratatouille op een groot scherm. Wij schuiven ondertussen aan bij het kampvuur.  We ontmoeten Trevor en Brittany, Mike en andere campinggasten die zich allemaal afvragen hoe we in vredesnaam op deze onwaarschijnlijke plek terecht zijn gekomen. Als de film van de kinderen is afgelopen is het tijd om te gaan slapen. Het was een lange rit. En de volgende dag reizen we weer verder.

Na 5 weken in Californië, Arizona, Utah en Wyoming is ons plan de laatste week in het westen van Amerika door te brengen aan de spectaculaire kusten van Oregon en Washington. Vanuit Cannon Beach en Astoria trekken we omhoog langs plaatsen met prachtige namen: Long Beach, South Bend, Westport en Aberdeen (overigens de geboorteplaats van Kurt Cobain en Nirvana), Ocean City, Queets en La Push. Soms schijnt de zon, heel soms. Maar veel vaker regent het. Er schijnen 300 regendagen per jaar te zijn in Seattle, de hoofdstad van de staat Washington. De kinderen hebben de grootste lol en ze leven zich uit op het strand. Hen maakt het niks uit, en ook mij laat de regen onverschillig. Maar na een paar dagen begint Jurgen te mopperen. “In New York is het nu meer dan 30 graden! Het is toch op dezelfde breedtegraad!” zegt hij geërgerd. Waarom regent het hier alleen maar?’’ We zijn een beetje als verwende kinderen die de Europese winter zijn ontvlucht en uitgaan van zonovergoten dagen tot het einde van onze reis. Maar soms loopt het anders. Gelukkig verjaagt de zeewind de wolken snel en komt uiteindelijk altijd weer de zon terug. 

We wandelen over de lange – soms witte, soms zwarte – stranden langs de noordelijke Stille Oceaan. Hier ontmoet het regenwoud de oceaan. Beetje bij beetje worden de bomen opgeslokt door de zee. Chaotische stapels van reusachtige boomstammen liggen tegen de duinranden of in de branding als een gigantisch spel Mikado, gebleekt door de zee en de wind. Agaten en kiezels in alle tinten groen, rood en wit maken van het grijze zand een prachtig gekleurd mozaïek tapijt. We rapen handvol stenen, prachtig door de zee uitgesneden stukken hout en sand dollars (overblijfselen van kleine schaaldiertjes die we in Europa niet kennen) op en wandelen naar het bekende Hole in the Wall. Een gat in een zandstenen klif, met de tijd uitgehold door de zee en de wind. 

Olympic National Park is het laatste park wat we bezoeken voor we verder naar het oosten vliegen. De diversiteit van dit park is enorm. In één dag zien we in dit park wilde stranden vol met broedende vogels, regenwoud met reusachtige cedar bomen bedekt met lianen en donkergroen mos, meren met het helderste water omgeven door bergen en tenslotte de besneeuwde toppen van de Hurricane Ridge. In geen enkel ander park kun je zoveel verschillende landschappen zien. De kinderen vallen van de ene verbazing in de andere. ‘S middags ligt er in het hooggebergte wel 2 meter sneeuw. Uiteindelijk eindigen we in Port Townsend, gelegen op het schiereiland met de bekende naam Quimper, van waaruit we de ferry terugnemen naar Seattle. Dit stadje is onze laatste stop aan de westkust. 

Sinds gisteren zijn we in Seattle. Over twee dagen vliegen we naar het oosten. We komen langzaam weer dichter bij Europa. We pakken onze rugtassen die steeds voller en voller worden weer in. We laten alle kiezels, sand dollars, wandelstokken en houtsculpturen van onze wandelingen over de stranden achter, net als de honkbalknuppel en ballen die twee mannen op het strand in Astoria aan de kinderen gaven en de voetbal die op Land Beyond Zion door Chelsea’s hond Elton werd lek gebeten maar toch nog de hele reis is meegegaan.

Maar de kostbaarste herinneringen zitten tussen onze oren. En die nemen we mee. 

Een gedachte over “Waar het land de zee ontmoet

Geef een reactie op Anouk Reactie annuleren